Tegen

Toen ik na een paar uur fietsen – met forse tegenwind – aan koffie toe was, stopte ik bij het café dat ik in de zomermaanden nog weleens aandeed vanwege het schitterend gelegen terras. Het bevindt zich aan de overzijde van een tamelijk drukke straat en de serveersters moeten soms rennen voor hun leven om de vermoeide toerist zijn drankje te bezorgen.

Omdat de lente nog moest komen was het terras gesloten en toen ik tegen de voordeur duwde om binnen te treden, bleek deze op slot. “Tegen” verder lezen

Verstappen

Het jongetje dat met zijn moeder aan het tafeltje naast het mijne zat behoorde niet tot het stille soort. Zijn moeder trouwens ook niet. Maar terwijl het ventje honderduit kletste over autoraces en vooral over zijn idool Max Verstappen, die hij als een sportredacteur consequent ‘Verstappen’ noemde, wilde zijn moeder het liever over zijn schoolprestaties hebben. Uiteraard vlotte het gesprek niet. “Verstappen” verder lezen

De sleutel

(Afbeelding: Gemaakt door Catherine)

De vrouw zit met haar rug naar me toe. Haar weken eerder geverfde rode haar toont aan de wortels de ware grijsbruine kleur rond een kalende plek op haar kruin. Een te lang gedragen regenjas hangt over de rugleuning van haar stoel. Tegenover haar zit een mondain geklede vrouw van gelijke leeftijd, het grijze haar opgestoken, een diepe denkrimpel in haar voorhoofd. Haar bontmanteltje heeft ze zorgvuldig over de stoel naast haar gedrapeerd. Het zijden sjaaltje hangt er quasi nonchalant overheen. Ze schudt zorgelijk haar hoofd. “De sleutel” verder lezen

Voorrang

(Afbeelding: Gemaakt door Catherine)

De veerman zet me over. Een duur retourtje voor hem, want mijn fiets en ik zijn de enige passagiers terwijl aan de overzijde niemand wacht. Midden op het dek ligt de hond. Grijze snoet en wat stram in de poten, de gemiddelde hondenleeftijd al ver gepasseerd. Ik ken de veerbaas. Hij mij ook, al heeft hij dat heel lang niet laten merken. Tot die keer dat we beiden tegelijk vanaf de pont een reebok door de uiterwaarden zagen gaan.
‘Een spitser’, zei hij wijzend op het dier dat zich met grote sprongen uit de hoeven maakte. “Voorrang” verder lezen

Voordracht

Natuurlijk hadden de dames van het buffet even moeten wachten met het leegruimen van de vaatwasmachine. En de man van de techniek had er beter aan gedaan om de geluidsinstallatie uit te testen vóórdat hij de inleider de microfoon overhandigde. Maar de twee sopranen deden hun best, zelfs toen het geluid van het begeleidende keyboard uitviel. Vooral blijven zingen, luidde hun credo. “Voordracht” verder lezen

Schrijven

‘Zo,’ zei de vrouw aan het tafeltje naast me toen ik mijn notitieboekje dichtklapte, ‘weer helemaal bij met schrijven?’

‘Och’, antwoordde ik. ‘Even een paar notities, dat is alles.’

‘Ja, dat is alles, dat zegt u nu wel, maar ik wou dat ik kon schrijven! Ik wilde vroeger altijd kinderboekenschrijfster worden en er dan ook zelf de tekeningen bij maken. Maar ja, ik ben niet verder gekomen dan receptioniste in ons dorpshotel. En dat al veertig jaar lang!’ “Schrijven” verder lezen

De vlieg

Omdat er nog maar één plek vrij was op het terras, haastte de vrouw zich tussen de tafeltjes door, links en rechts gasten aanstotend met haar fors uitgevallen schoudertas. Driftig wenkte ze haar echtgenoot die nog op het trottoir stond en tot wie de urgentie van de situatie niet leek door te dringen.
‘Schiet nou toch eens op, Johan! Daarginds is nog precies één tafeltje vrij!’

De man scharrelde achter haar aan maar zonder veel enthousiasme. “De vlieg” verder lezen

Reserveren

De man deed zijn best om als zaalhouder zo goed mogelijk voor de dag te komen. Hij kwam met keurige pas naar het tafeltje gelopen waaraan het echtpaar op leeftijd plaats had genomen, maakte een buiging en wenkte onderwijl een van zijn medewerkers.
‘Mevrouw, mijnheer, welkom! Wat mag ik u om te beginnen aanbieden van het huis? Een wijntje? Wit of rood? Jean, twee droge witte wijn voor onze gasten.’

De medewerker haastte zich naar het buffet om de bestelling te regelen. Zijn chef trok een stoel bij en haalde een kantooragenda voor de dag.
‘Wel, mevrouw, mijnheer, laten we eens kijken. Welke datum had u zelf ook weer in gedachten en op hoeveel mensen denkt u te kunnen rekenen?’
Hij keek beurtelings van de een naar de ander.
‘Nou, zeg jij het maar, Arnold’, zei de vrouw. Er klonk ingehouden boosheid door in haar stem. “Reserveren” verder lezen