De buurvrouw en De Inkwartiering

(Illustratie: Mirjam Rudolphus)

Beste meneer de schrijver,

Ik heb uw boek, De inkwartiering, nog niet gelezen maar mijn zwager die goed is met computers, liet mij van de week de ingezonden brief van die zogenaamde notaris Petitbon lezen. Wij kennen deze man want hij woont schuin tegenover ons en hij is helemaal niet zo aimabel of hoe je dat noemt! O nee, hij is de gierigheid zelve, meneer, een echte vrek! Voor ieder testament dat hij uit zijn computer draait rekent hij 560 euro, vijfhonderdzestig! En het enige wat hij daarvoor doet is een paar namen veranderen en op de knop drukken van de printer, of hoe heet zo’n ding. Kassa!

En hij heet ook helemaal niet Petitbon, maar gewoon Kleingoed, op z’n Hollands. Hij wil alleen maar indruk maken door alles op z’n Frans te doen.

En dat atelier van zijn vrouw klopt ook niet. Zijn vrouw was wel kunstenares maar zij is al jaren geleden bij hem weggelopen. Juist omdat hij alles op z’n Frans deed, ook in bed! Nou, daar zou je zelf toch ook gauw genoeg van krijgen, niet dan?

En dat van die asielzoekers is ook een aanfluiting. Hij moet helemaal niets van die lui hebben! Wij hebben hier in het dorp een paar Poolse gastarbeiders die aardbeien plukken en asperges steken, best zwaar werk toch? Nou, met die mensen wil meneer Kleingoed helemaal niets te maken hebben. Hij zegt ze niet eens goeiedag! En alleen maar omdat hij geen Pools verstaat en die Polen geen Frans spreken. Nou, vindt u dat geen onzin? Dat is toch geen manier van doen? In zo’n klein dorp als het onze moet je juist goed zijn met elkaar, dat vind ik tenminste. Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn over alles, want dat kan ook niet. Maar je moet elkaar wel het licht in de ogen gunnen en de ander niet zwart maken want daar heb je niks aan. Zo denk ik er tenminste over.

Dus ik waarschuw u alleen maar voor dat sujet dat zich notaris noemt maar ons hier in het dorp een poot uitdraait als hij de kans krijgt.

Vriendelijk gegroet,

Mevrouw Annie Stekeman

P.S. Uw boek ga ik misschien nog een keer lezen als ik tijd heb.

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008, De Muze, 2015 en Vage klachten, 2019) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014), in 2017 gevolgd door de novelle Angelie. In 2019 verscheen (digitaal) het boek Arnhem Mondiaal over veertig jaar samenwerkende Arnhemse vredes- en ontwikkelingsorganisaties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *