Serveren (4 en slot)

‘Ik had er geen zin meer in’, mompelde ze. Haar stem, gesmoord door het verband over haar gezicht dat alleen haar ogen, neusgaten en iets van haar lippen onbedekt liet, was nauwelijks hoorbaar. Ik moest me over haar heen buigen om haar te kunnen verstaan.

‘Nergens meer, ik had nergens meer zin in. Hij heeft me al die tijd belazerd.’

Lees “Serveren (4 en slot)” verder

Voetveer

Het rivierengebied telde vroeger – voor de komst van auto’s en treinen, uitvindingen waar dit gebied nog lang van verstoken zou blijven – tientallen voetveren. Paard-en-wagens konden daar doorgaans niet op en het kwam op de spierkracht van de veerlui aan of hun passagiers überhaupt de overkant haalden. Bij zwaar weer en ijsgang was het roeien tegen de klippen op, zogezegd. De komst van spoor- en autobruggen in de Betuwe maakte de meeste van deze voetveren overbodig.

Lees “Voetveer” verder

Een man die blíjft

De vrouw had haar hele leven liefde gespaard. Voor een man. Niet voor zomaar een man, nee, voor een man die blééf. Goed, er waren mannen in haar leven gekomen, maar die waren allemaal na een poosje weer gegáán. Waarom wist ze eigenlijk niet. Of eigenlijk wist ze dat wel, maar ze vond haar eisen niet onredelijk. Want wat heb je aan een man als die niet ’s avonds thuisbleef?

Lees “Een man die blíjft” verder

Controle

Wijdbeens en midden op het pad stond hij me op te wachten. Zijn groene Range Rover had hij onopvallend tussen de struiken geparkeerd. Met zijn armen in de zij en zijn pet diep over de ogen getrokken deed hij me nog het meest aan een vooroorlogse Zollbeamter denken. Of erger natuurlijk. Maar dat kan liggen aan de maand waarin we leven waarin de herdenkingen aan de overheersing door het naziregime met regelmaat het nieuws domineren.

‘Wat zijn wij aan het doen?’, beet hij me toe.

Lees “Controle” verder

Een praatje

Ik had mijn uitstapje goed voorbereid maar had één ding nagelaten: op de openbaar vervoer-app controleren of de trein wel reed. En dat terwijl je op alle radiozenders vrijwel dagelijks om de oren wordt geslagen met een spotje waarin je aangeraden wordt om vóór je vertrekt ‘je route te checken’. Maar misschien ook wel daarom had ik dat nagelaten. Als een waarschuwing te vaak wordt herhaald verliest het immers zijn werking.

Lees “Een praatje” verder

Felix labore

Over enkele dagen, op 4 april om precies te zijn, is het op de kop af honderd jaar geleden dat mijn betovergrootvader Cornelis Willem Bruinvis overleed. Hij werd 92. Een nu ook, maar zeker in die tijd, zeer respectabele leeftijd. Tijdens zijn lange leven was hij apotheker, steendrukker, verzekeringsagent, geschiedschrijver, bouwkundig tekenaar, museumdirecteur, redacteur van de plaatselijke courant, raadslid en wethouder voor de Liberale Partij en vanaf zijn 70ste onbezoldigd stadsarchivaris van Alkmaar.

Lees “Felix labore” verder

Plaatselijke gebruiken

De Betuwe is, zoals men wellicht weet, eeuwenlang een zeer geïsoleerd gebied geweest. De meanderende rivieren bepaalden de grenzen en derhalve speelde het schaarse leven zich af op de hoger gelegen delen tussen de kreken en de steeds opnieuw onderlopende komgronden in. Daardoor waren niet alleen de contacten met andere delen van het land summier, maar was er vaak ook nauwelijks verkeer mogelijk tussen de buurtschappen onderling. Pas in de loop van de 20ste eeuw, zeer recent dus eigenlijk, werden bruggen over de rivieren geslagen waardoor het isolement langzaam verminderde.

Lees “Plaatselijke gebruiken” verder

200 Stingers

‘Kijk,’ zei de man die voor ons in het natte gras stond, ‘zo werkt dus dat ding.’

Hij legde de paraplu over zijn schouder en richtte hem met de punt naar voren op iets denkbeeldigs in de ruimte. Toen diepte hij een pakje sigaretten uit zijn jaszak en drukte die tegen de paraplu.

‘En dit is een soort batterij, die zorgt ervoor dat de stuwmotor wordt geactiveerd. Begrijpen jullie het tot zover?’

Lees “200 Stingers” verder