Dromen: De verleiding

Het café, een grand café om precies te zijn, was uitgesproken donker ingericht. Donkere wanden, donkere pilaren, donker meubilair en of dat al niet genoeg was, een zwart geschilderd plafond. Maar omdat het buiten somber en herfstig weer was, hoefden mijn ogen niet lang te wennen. Bovendien stonden door de hele zaak tientallen brandende kaarsen waardoor je niet helemaal op de tast door het interieur heen hoefde te balanceren om bij het toilet te komen bijvoorbeeld.

Lees “Dromen: De verleiding” verder

Dromen: Sollicitatie

De functie van raadsadviseur waarop ik had gesolliciteerd of, beter gezegd, waarvoor ik was uitgenodigd door een deftig sprekend heer die mijn telefoonnummer op internet had gevonden, bracht mij naar een achteraf stadje in het oosten des lands. Ik kende de naam van het stadje omdat ik op de lagere school altijd braaf meedeed met het per provincie opdreunen van de plaatsnamen. U kent dat nog wel: Hoogezand, Sappemeer, Zuidbroek, Scheemda, Veendam, Wildervank en ga zo maar door.

Lees “Dromen: Sollicitatie” verder

Dromen: De kasteelheer

‘Het valt heus niet altijd mee om kasteelheer te zijn.’

Hij trommelt met de vingers van beide handen op zijn wat vaal geworden vestje dat zich om zijn maag spant. Zowel het bovenste als het onderste knoopje is eraf gesprongen, zie ik. Hij staart me door zijn dikke brillenglazen aan maar ik heb niet het idee dat hij me ziet.

Lees “Dromen: De kasteelheer” verder

Nabeschouwing

Het is zondagavond 2 juli en met een schuin oog volg ik de voetbalwedstrijd Nederland-België. Met een schuin oog, omdat er ook nog een berg strijkgoed weggewerkt moet worden en voetbal – ik heb het iets meer dan twintig jaar beoefend en kan er dus enigszins over meepraten – nu eenmaal niet op alle momenten even aantrekkelijk is om naar te kijken. Daarom heb ik mijn laptop achter de strijkplank neergezet en doe ik dus twee dingen tegelijk.

Lees “Nabeschouwing” verder

Voorbeschouwing

‘Goedenavond dames en heren thuis, goedenavond Piet de Fluiter, mag ik Piet zeggen, Piet?’

‘Geen probleem.’

‘Fijn. Ja, voor jou, Piet, en voor de kijkers thuis die nu al aan de buis gekluisterd zitten, zo stel ik mij voor, is vanavond dé avond, nietwaar Piet?’

‘Dat zou ik wel denken ja.’

‘Juist, want vanavond is dan eindelijk de finale waar wij allen met elkaar zo lang naar hebben uitgekeken. Jij toch ook, Piet, neem ik aan?’

Lees “Voorbeschouwing” verder

Dromen: De paardenmarkt

Hoewel het een prachtige voorjaarsdag is, ligt het terras van de dorpsherberg er geheel verlaten bij. In de schaduw van de rij linden langs de straat moet het er na een tocht van vele uren goed toeven zijn. De gedachte dat het café mogelijk ‘vanwege omstandigheden’ gesloten is, stelt mij dan ook op voorhand teleur. Dan bedenk ik me dat niemand er toch aanstoot aan zal nemen wanneer ik wat uitrust op een van de rieten stoeltjes, al zal ik dan genoegen moeten nemen met het laatste beetje water dat ik nog in mijn veldfles heb.

Lees “Dromen: De paardenmarkt” verder

Dromen: De naakten van Eja

Het is al laat en donker onder een bewolkte hemel wanneer ik de pont oploop. Slechts de boordlichten werpen een flauw schijnsel over het dek. Achter me zakt de slagboom omlaag en grommend zet het vaartuig zich in beweging. De kabel zwiept af en toe angstwekkend hoog boven het water uit. De veerman blijft in zijn onverlichte stuurhut. Het is zijn laatste afvaart, hij heeft kennelijk geen zin om nog voor die ene passagier naar het dek af te dalen.

Lees “Dromen: De naakten van Eja” verder

Herinneringen: Kunstgeschiedenis

Het is zomer, nog één jaar te gaan voor de afronding van mijn studie voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie. Ik heb de A-akte al op zak maar besluit om ook op te gaan voor de B-akte. Dat betekent twee jaar langer studeren maar dan ben je bevoegd om les te geven in eindexamenklassen van het voortgezet onderwijs en bij instellingen voor het hoger beroepsonderwijs. Dat lijkt mij wel de moeite waard.

Lees “Herinneringen: Kunstgeschiedenis” verder

Herinneringen: Modemeisjes

Ik fiets naar school. Al vanaf het schuurtje naar de weg is het klimmen geblazen. De uitlopers van het Veluwemassief doen een permanent beroep op de conditie van de bewoners. Dat zal in vroeger tijden nog wel erger zijn geweest toen de wegen en paden uit louter zand bestonden. Naar school is het achtentwintig minuten fietsen. Gemiddeld genomen. Met wind mee zes minuten minder en met die vaak snijdende oostenwind tegen, acht minuten meer. Heuvel op, heuvel af.

Lees “Herinneringen: Modemeisjes” verder

Herinneringen – Boekenlijst

Het meest tijdrovende onderdeel op onze middelbare school was – naast het uit je hoofd leren van onzinnige formules van de goniometrie en de analytische meetkunde – het lezen van de vele boeken. Ik ben een langzame lezer dus was het voor mij altijd een race tegen de klok om het opgedragen werk tijdig af te hebben. Alleen al voor het eindexamen Nederlands diende je minstens dertig boeken te hebben gelezen, waarvan vijf uit de Middeleeuwen, vijf uit de zestiende en zeventiende eeuw, vijf uit de achttiende en negentiende eeuw (tot 1880), zo’n tien à twaalf boeken uit de Noord-Nederlandse literatuur (na 1880) en ten slotte minstens drie werken uit de Zuid-Nederlandse (Vlaamse) literatuur.

Lees “Herinneringen – Boekenlijst” verder