De vlieg

Omdat er nog maar één plek vrij was op het terras, haastte de vrouw zich tussen de tafeltjes door, links en rechts gasten aanstotend met haar fors uitgevallen schoudertas. Driftig wenkte ze haar echtgenoot die nog op het trottoir stond en tot wie de urgentie van de situatie niet leek door te dringen.
‘Schiet nou toch eens op, Johan! Daarginds is nog precies één tafeltje vrij!’

De man scharrelde achter haar aan maar zonder veel enthousiasme. “De vlieg” verder lezen

Reserveren

De man deed zijn best om als zaalhouder zo goed mogelijk voor de dag te komen. Hij kwam met keurige pas naar het tafeltje gelopen waaraan het echtpaar op leeftijd plaats had genomen, maakte een buiging en wenkte onderwijl een van zijn medewerkers.
‘Mevrouw, mijnheer, welkom! Wat mag ik u om te beginnen aanbieden van het huis? Een wijntje? Wit of rood? Jean, twee droge witte wijn voor onze gasten.’

De medewerker haastte zich naar het buffet om de bestelling te regelen. Zijn chef trok een stoel bij en haalde een kantooragenda voor de dag.
‘Wel, mevrouw, mijnheer, laten we eens kijken. Welke datum had u zelf ook weer in gedachten en op hoeveel mensen denkt u te kunnen rekenen?’
Hij keek beurtelings van de een naar de ander.
‘Nou, zeg jij het maar, Arnold’, zei de vrouw. Er klonk ingehouden boosheid door in haar stem. “Reserveren” verder lezen

Kaartje

Met nog wat napijn van de wortelkanaalbehandeling die ik net had ondergaan, bereikte ik de bushalte. Een rit van een half uur zou me weer thuisbrengen waar ik voor mijn vertrek vast een kan water en een doosje paracetamols had klaargezet. Ik zou nog een paar dagen last hebben van de ingreep, maar daarna zou het leed snel geleden zijn, had mijn tandarts me verzekerd. Ze gaf me bij het afscheid een bemoedigend kneepje in mijn hand. Een zoen, dacht ik, de volgende keer wil ik een zoen. “Kaartje” verder lezen

Paarden

‘Nou, ze hebben dus drie kinderen en zes paarden en…’

‘Zes paarden?!’

‘Ja, zes paarden, twee paarden per kind. Want je kunt een paard niet de hele dag door berijden. Dat moet je afwisselend doen anders beul je zo’n beest af en dat is heel slecht voor een paard.’

‘Maar die kinderen kunnen toch ook wel om de dag een keer rijden?’

‘Zou kunnen, ja. Maar ze houden nu eenmaal alle drie heel veel van paardrijden. Dus om ruzies te voorkomen hebben ze zes paarden aangeschaft.’ “Paarden” verder lezen

Strand

Hij, een royale vijftiger, kortgeknipt grijs haar, gebruind door de tenniszon en het wekelijks partijtje golf met vrindjes (heerlijk in de natuur, niets mooier dan de natuur toch?). Zij, een heel stuk jonger, half lang blond haar dat zich telkens zo heerlijk sensueel naar achteren laat strijken. Oogschaduw passend bij haar lichtblauwe zomerjurk. Samen aan het terrastafeltje. Achter het muurtje bloeiende heesters die zo zalig geuren. Kom, hoe heten die struiken ook alweer? Ze leunt voorover als om de geur nog beter in haar geheugen te leiden, de bovenrand van haar decolleté “Strand” verder lezen

Mobiel

‘Johan? Met Rob. Johan, moet je even luisteren. Ik zit nu nog in Maison Minouche. Wat? Nee, alleen nog even een afzakkertje en… Wie? Nee, dat is in orde. Dat is dat vrouwtje in Wassenaar. Sociaal vrouwtje, belt alleen wat vaak. Moet je luisteren, Johan. Wij moeten om vier uur aan de Laan van Meerdervoort zijn. Geen minuut later, ze zijn daar erg van de klok. Red jij dat? Ja? Dan bel ik Theo dat hij vast naar Voorburg rijdt. Pikken we hem daar aan het eind van de middag op. Wat? Nee prima, als jij maar zorgt dat je om vier uur… Nee, akkoord, maar dan ook geen minuut later, ja? Tot straks!’

“Mobiel” verder lezen

Hoe directeur Schraaplust tot inkeer kwam

Een kerstvertelling

Johannes Hendrikus Schraaplust, kortweg Jo, kwam ter wereld als directeur van het olie- en gasconcern van zijn vader. Dat had pa Schraaplust besloten op het moment dat de ziekenhuisarts hem vertelde dat zijn van pijn krimpende vrouw op het punt stond te bevallen van een zoon. Zo snel als zijn besluit vaststond, zo traag verliep de bevalling zelf, want het duurde maar liefst anderhalve dag voordat de geboorte van Jo een feit was. “Hoe directeur Schraaplust tot inkeer kwam” verder lezen

Werk

Ik had mij voorgenomen om mijn driedaagse verblijf in het dorpshotel met een ontspannen ochtend af te sluiten, te beginnen met een rustig ontbijt. Dat leek te gaan lukken want de eetzaal was op dit vroege ochtenduur nog grotendeels leeg. Wel bleek het tafeltje waar een kaartje met mijn naam op stond, naast een tafeltje te staan waaraan een ouder echtpaar al zat te eten. We wensten elkaar een goedemorgen toe en terwijl ik mijzelf een kop thee inschonk, begon de man een praatje.
‘Wat denkt u, mijnheer, zou het vandaag een mooie dag worden?’ “Werk” verder lezen

Zwart

‘Hè hè, ik kom even naast u zitten.’
Ze nam plaats naast me op het bankje bij de bushalte, haar jas dicht om zich heen trekkend ondanks het warme zomerweer. Plotseling draaide ze zich naar me toe en er blonk een boosaardig lichtje in haar donkere ogen.
‘Een zwarte zat me daarnet de hele tijd aan te gapen.’

‘O ja?’, zei ik, ‘Maar hij deed niets, denk ik, of wel?’
‘Nee, dat niet. Maar ik heb het er niet op.’
Toen opeens op een heel andere, meer vertrouwelijke toon: ‘Woont u ook in Arnhem?’ “Zwart” verder lezen

Wat zijn uw munten waard?

In een folder met de lokkende titel ‘Wat zijn uw munten waard?’, die ik onlangs op de leestafel van een Arnhems café vond, viel te lezen dat munten ‘soms verkregen uit vererving of lang geleden zelf verzameld, vaak al jarenlang liggen te verstoffen. Door middel van uw bezoek kunt u kosteloos geïnformeerd worden wat uw munten/penningen/bankbiljetten op dit moment kunnen opbrengen.’ “Wat zijn uw munten waard?” verder lezen