Reddend zwemmen

Ik was de enige passagier op de pont en de veerman had de slagboom al laten zakken voor de afvaart, toen over de dijk een vrouw op een fiets naderde. Ze had haar stuur losgelaten en zwaaide met beide armen om de aandacht van de veerman te trekken. Die opende de slagboom weer en de vrouw kwam met een flinke vaart de laadklep op om pas hevig remmend aan de andere kant van de pont tot stilstand te komen.

Ik vroeg mij af wat er gebeurd zou zijn als ze niet tijdig had geremd en over de slagboom heen in het water was gekukeld. Op deze plaats in de buitenbocht van de rivier is de stroming hard. Ze zou ongetwijfeld meegesleurd zijn. Zou ik haar zijn nagesprongen?

Lees “Reddend zwemmen” verder

Halte Hemmen

Ik hoorde het groepje vrouwen al ver voor de bocht aankomen. Hun opgewonden stemmen echoden tussen de huizen en verbraken daarmee de zondagsrust die in het dorp waar ik woon nog in ere wordt gehouden. Niet zozeer uit godsdienstige motieven zoals in enkele dorpen verderop nog altijd het geval is, maar simpelweg vanuit de overtuiging dat stilte op zijn tijd een mens goed doet ook al is dat maar één dag in de week.

Lees “Halte Hemmen” verder

Mondkapjes

Het veerpontje had nog niet aangelegd of de vrouw holde naar de steiger.

‘Opschieten, Bo!’ riep ze over haar schouder. ‘Zo meteen vertrekt ie weer!’

Haar eega, zichtbaar minder goed ter been, hinkelde achter haar aan. Aan een smal riempje trok hij een tegenstribbelend dwergpinchertje mee. Het diertje, van zichzelf al bibberig van aard, had het duidelijk niet op water en de man moest hem uiteindelijk optillen om de loopplank op te komen.

Lees “Mondkapjes” verder

Buurtcomité

Ergens in het begin van zijn eerste solovoorstelling (De Komiek, 1980) trekt Freek de Jonge een beduimeld A4’tje uit zijn binnenzak met de woorden ‘Gelukkig ontvang ik nu en dan een brief van iemand die denkt dat hij nog leuker is dan ik al ben.’

Ik moest daaraan denken toen ik van de week een brief kreeg van de Kamer van Koophandel: ‘Geachte heer, wij hebben van de gemeente het bericht gekregen dat Edward Jan Bruinvis is verhuisd.’ Tegen het geponeerde zou ik schriftelijk bezwaar kunnen maken aldus de brief, maar ‘de termijn daarvoor is zes weken en vangt aan op de dag na dagtekening van deze brief. Wij verzoeken u eerst contact met ons op te nemen om te bepalen of een bezwaarschrift nodig is voor aanpassing van de registratie. Meer informatie hierover vindt u op KvK.nl/bezwaar.’

Lees “Buurtcomité” verder

Kerkelijk

Wonen in het buitengebied heeft als voordeel dat je van huis lopend of fietsend meteen tussen de landerijen, weilanden en boomgaarden bent. Weliswaar niet meer tussen die prachtige bosachtige hoogstambongerds uit mijn jeugd, maar alles beter dan je een weg moeten banen langs luidruchtige snelwegen, door eentonige vinexwijken en over foeilelijke industrieterreinen.

Lees “Kerkelijk” verder

Hark

Ik woon sinds drie maanden in het buitengebied en daar blijk ik opeens veel meer tuingereedschap nodig te hebben dan voorheen op mijn balkonnetje tweehoog in de binnenstad. Gewend als ik was aan een handzaam schepje en een snoeischaar die volstonden om een viertal bloembakken te onderhouden, was die noodzaak me bij de verhuisplanning volkomen ontgaan. Inmiddels beschik ik echter over een hoeveelheid tuingerei waarmee ik een middelgroot hoveniersbedrijf zou kunnen beginnen. Maar dat komt vooral door Sylvia.

Lees “Hark” verder

Wasmachine

Ik heb niet alleen een gat in de heg maar sinds kort ook een nieuwe wasmachine. Wat heeft dat met elkaar te maken, zult u misschien vragen. Op zichzelf niets, maar het zegt wat over het leven in het buitengebied. Zo liet de bezorging van het apparaat veel langer op zich wachten dan ik gewend was in de stad en dat was niet goed voor mijn humeur, kan ik u zeggen. De berg wasgoed groeide met de dag in de bijkeuken en mij daarmee boven het hoofd. Daardoor wist ik ook niet zo goed meer waar ik aan toe was. En dat is lastig voor een man als ik die graag weet waar hij aan toe is. Weliswaar mag ik van geluk spreken dat ik een aardige buurvrouw heb bij wie ik met de meest urgente spullen als broekjes, t-shirts en sokken terecht kon, maar daar wil je de deur natuurlijk ook niet platlopen.

Lees “Wasmachine” verder

Gat in de heg

Ik heb een gat in de heg! Ik woon nu precies een maand in dit dorp maar het was me niet eerder opgevallen. En het was nota bene de kat van de buren die me erop attent moest maken. Natuurlijk had ik hem – want het is een kater, een rooie – al eerder naar die hoek achter de kliko’s zien scharrelen, pootje voor pootje voorzichtig op het grind neerzettend want katten houden niet van grind. Maar ik had er niet meteen wat achter gezocht. Pas toen ik het dier volgde om iets bij het vuilnis te storten zag ik dat hij door een gat in de heg in de tuin van de buren verdween. Een gat in mijn heg! De schrik sloeg me om het hart. Want wie Knielen op een bed violen heeft gelezen – en dat zijn er in dit kleine landje al een slordige zevenhonderdduizend – weet waar zo’n gat toe kan leiden.

Lees “Gat in de heg” verder

Inchecken

De beide dames waren de wanhoop nabij. Ze klemden zich aan elkaar vast in het smalle gangpad waardoor ze niet meer voor- of achteruit konden. Het leek mij gezien de van overheidswege voorgeschreven anti-coronamaatregel om afstand tot elkaar te bewaren niet de meest gewenste houding.

‘Meneer, weet u dat misschien? We moeten naar Tiel en we hebben ingecheckt bij de Arriva maar deze trein is van de Breng en er staat geen paal van de Breng op het perron. Wat moeten we nu?’

Lees “Inchecken” verder

Verhuizen

‘Na 40 jaar maatschappelijke inzet in de stad Arnhem is de tijd gekomen om terug te keren naar de streek waar ik ben opgegroeid.’

Aldus de openingszin van een verhuisbericht dat ik enkele weken geleden rondstuurde aan familie en vrienden. De bijgevoegde foto toonde een rustiek dorpsstraatje in een al even rustiek Betuws dorpje. (Vandaar dat ik geheimhoud waar dat is want voor je het weet drommen massa’s lezers samen om persoonlijk te ervaren hoe rustiek het daar wel niet is.)

Lees “Verhuizen” verder