Was het misschien die trommelaar
of toch zijn compagnon, de trompettist?
Misschien ook wel de vaandeldrager
die zoals altijd weer van niks wist.
De harpist speelt veel te zacht,
die kan het dus niet zijn geweest.
Hoera, het is weer oorlog.
Hoera, het is weer feest.
Was het misschien dan toch de ridder
die ruiter in dat oogverblindend staal?
Het verhaal gaat dat niet hij het was
maar stiekem zijn rivaal.
Ik houd het op zijn ex,
die moet het zijn geweest.
Hoe dan ook is het weer oorlog.
Hoe dan ook het is weer feest.
Zijn vriend, die miljonair,
kom, hoe heet hij ook alweer?
Kan die het niet geweest zijn?
Hij was er bij de vorige keer.
Ik weet wie je bedoelt,
hij doneerde nog het meest.
Tja, het is weer oorlog.
Zwaaien maar, het is weer feest.
Die fabrikant van onderzeeërs,
kan die het zijn geweest?
Nee, die wilde niet meer bouwen,
voor zijn leven wordt gevreesd.
Je moet je land toch willen dienen
vooral in tijden van gevaar.
Dus kom, het is weer oorlog.
Kleed je om, het is weer feest.
Wiens schuld is het nu deze keer?
Uw schuld misschien, mevrouw?
Of anders die van u, meneer?
Of is de echte dader wellicht uw enig kind?
Nee, u heeft het mis, mijn vrind,
wij zijn er echt niet bij geweest.
Het is niet onze oorlog, weet u,
ook al houd ik van het feest.