Serveren (3)

Nee, Suzan werkte hier niet meer. Ze was gaan studeren. Of ik speciaal voor haar kwam?

Ik voelde me betrapt want natuurlijk kwam ik voor Suzan. Weliswaar niet alleen voor Suzan maar toch hoofdzakelijk voor Suzan. Mijn eerste reactie was om ontkennend op haar vraag te reageren.

Maar omdat ik dat toch te kinderachtig voor woorden vond, slikte ik die weg en maakte er prompt iets onbenulligs van: dat ik hier vaak kwam en niet wist dat ze een opvolgster had gekregen. Wat ook zo was maar wat tegelijkertijd niet de hele waarheid was. En een halve waarheid is per slot van rekening ook een leugen. Je zou denken dat naarmate je ouder wordt je deze idiotie ontgroeit, maar af en toe betrap ik mezelf toch nog op dit soort kinderachtigheden.

Ze keek me even aan en knikte maar ik zag aan haar blik dat ze me doorzag. Toen ze mijn koffie bracht kwam ze ongevraagd op haar voorgangster terug. Suzan was getrouwd en binnen een jaar weer gescheiden. Haar jeugddroom was aan scherven gebroken toen ze haar eega op een avond innig gearmd met zijn secretaresse uit een restaurant zag komen. Dat verklaarde op slag zijn vele avonden overwerk. Ze woonde nu weer bij haar ouders die de tragedie blijkbaar hadden voorzien want ze hadden niets aan haar kinderkamertje veranderd. Ze kon bij wijze van spreken zo weer met haar poppen onder de dekens. Van de weeromstuit was ze een studie begonnen. Landbouwtechnieken of iets dergelijks.

Ik liet het verhaal langzaam tot mij doordringen. Suzan was van een adembenemende schoonheid. Dat ze trouwplannen had wist ik niet, zelfs niet dat ze een partner had. Dat verbaasde me omdat ze me tijdens mijn bezoeken aan het café toch vaak over haar persoonlijke leven verteld had. Blijkbaar was alles sneller gegaan dan ze zelf had voorzien. En misschien was dat ook wel de reden dat haar verbintenis zo snel op de klippen was gelopen.

Ik wist niet goed raad met de situatie. Landbouwtechnieken, dat zal dan wel Wageningen zijn, zei ik. Ze haalde haar schouders op. Ze wist alleen van de studie maar waar precies wist ze niet. Ze stak het dienblad onder haar arm en liep naar de volgende klant op het terras. In gedachten keek ik rond. Sinds mijn jeugd kwam ik al in dit afgelegen dorp. Veel was er in al die jaren niet veranderd. De kastanjes rond het marktplein met in het midden de muziektent met de gietijzeren leuningen, waren flink gegroeid, dat wel. Maar de herenhuizen, het oude raadhuis en niet te vergeten de vroeg-gotische dorpskerk op het heuveltje oogden nog precies eender als toen. De herberg was eeuwenlang de pleisterplaats geweest voor paardenhandelaren en wanneer het weekmarkt was werden er in dit dorp goede zakengedaan. De aanschaf van speciaal voor de jacht gefokte paarden die in die tijd door de koper contant werd voldaan, werd steevast beklonken in dit etablissement. Daardoor was het café een begrip in de streek geworden, inclusief zijn serveersters die heel goed wisten hoe je het bezoek van de klanten tot een succes moest maken. Op het marktplein stonden de palen nog waaraan de dieren werden vastgebonden met daarlangs de goten waarin de uitwerpselen werden geveegd. Nu stonden er alleen wat kramen; een visboer, een kaashandelaar, de groenteman. Daar moest het dorp het tegenwoordig mee doen.

Ietwat van streek liet ik het plan om hier ook de lunch te gebruiken varen en liep naar binnen om af te rekenen. Met een flinke fooi probeerde ik de serveerster tevreden te stellen, maar ook deze manoeuvre doorzag ze al toonde ze zich ingenomen met de extra inkomsten.

De zoekmachine van mijn pc had er 0,19 seconden voor nodig om Suzan op internet te vinden. Haar naam kwam voor op een lijstje van studenten die recentelijk met hun studie aan Wageningen Universiteit waren gestopt. Ze was op een naburig station ernstig gewond geraakt bij een aanrijding, stond erbij als reden. Ik belde het plaatselijk ziekenhuis met de vraag of zij daar misschien was opgenomen. Dat bleek het geval en ze zou er voorlopig wel moeten blijven ook. Of ik ook bij haar op bezoek mocht komen, was mijn volgende vraag. Dat mocht, zei de chirurg met wie ik werd doorverbonden, maar ik moest het dan wel heel kort houden en ik moest vooral niet schrikken van hoe ze er na het ongeval – hij noemde het een ongeval – uitzag.

Serveren (1) verscheen op 30 augustus 2021 op de website van Arnhem aan Zee, Serveren (2) op 11 oktober 2021.

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008, De Muze, 2015 en Vage klachten, 2019) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014), in 2017 gevolgd door de novelle Angelie. In 2019 verscheen (digitaal) het boek Arnhem Mondiaal over veertig jaar samenwerkende Arnhemse vredes- en ontwikkelingsorganisaties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *