Ik heb een buurvrouw. Sinds iets meer dan een half uur. Meestal krijg ik buurmannen als ik ergens sta. Maar ditmaal heb ik dus een buurvrouw gekregen. De buurmannen vormen doorgaans een apart slag volk. Ze arriveren steevast tussen vijf uur en half zes: petje op, wielrennersbroek aan, gebruinde armen en benen, getaand gezicht en kuiten zo hard als kabelbomen.
Ook hun fietsen kunnen er wat van: dubbele tandwielen voor, twintig versnellingen achter, sturen met variabele grepen en een standaard voor en achter tegen het omvallen. Lees “Kamperen (3)” verder