Mijn buren zijn verhuisd. Mét hun twee hondjes. Het waren aardige beestjes, cockerspaniels, elk met een kalfsleren bandje om hun hals waaraan zilveren ringetjes en belletjes hingen. En elk in het bezit van een stamboom die terugvoerde tot diep in de 19e eeuw. Een veel door hun baasjes aangehaald historisch feit dat ik zelf nogal ongeloofwaardig vond, maar waaraan zij niet wilden twijfelen.
Lees “Twee hondjes” verderCategorie: Ed Bruinvis
Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008, De Muze, 2015 en Vage klachten, 2019) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014), in 2017 gevolgd door de novelle Angelie. In 2019 verscheen (digitaal) het boek Arnhem Mondiaal over veertig jaar samenwerkende Arnhemse vredes- en ontwikkelingsorganisaties.
Feest
Was het misschien die trommelaar
of toch zijn compagnon, de trompettist?
Misschien ook wel de vaandeldrager
die zoals altijd weer van niks wist.
De harpist speelt veel te zacht,
die kan het dus niet zijn geweest.
Hoera, het is weer oorlog.
Hoera, het is weer feest.
Boekenfeest
(Boekenweek 2026)
Ter gelegenheid van de Boekenweek had een cultureel café in een naburig dorp een boekenfeest georganiseerd. Gezien de gelegenheidsnaam van het evenement – Boekenbiertje – beloofde de gezelligheid er troef te zijn en dus nam ik de fiets en peddelde ik vanaf huis het landschap in.
Lees “Boekenfeest” verderLaag water
Ik had als man van deze tijd voor mijn vertrek van huis nog op de website van het veerbedrijf de vaartijden gecontroleerd, maar toen ik halverwege mijn wandeling dicht bij een afgelegen dorp de afvaartplek bereikte, was er geen pont te bekennen.
Lees “Laag water” verderDooi
Vannacht is de dooi ingevallen. Dat is vele uren eerder dan de nieuwslezers hadden aangekondigd. Ik constateer dat wanneer ik om half 8 de gordijnen opentrek en in het gisteren nog met een dik sneeuwtapijt belegde dak van de overburen grote zwarte gaten van de blootgekomen pannen zie. Uit de goot drupt over de gehele lengte smeltwater omlaag. Het vormt beekjes die over het paadje langs de muur naar het gazon stromen dat er al moerassig begint uit te zien.
Lees “Dooi” verderDe bosgod en de drie nimfen
Een oudejaarsvertelling
Het was op een van die dagen deze maand dat de zon maar niet door het grauwe wolkendek wilde breken en de miezerige regen het er ook al niet aangenamer op maakte. Maar van de hele dag binnen zitten wordt een mens ook niet vrolijk, dus besloot ik er toch maar op uit te trekken.
Lees “De bosgod en de drie nimfen” verderDe boer en zijn tijd
‘Kijk meneer,’ zei hij om zich heen wijzend, ‘drie bunder grasland, driehonderdtwintig koeien, nee, sorry, driehonderdachttien, er zijn er vannacht twee doodgegaan. Prima gras, prima koeien! Maar wil ik het als veeboer goed blijven doen dan heb ik eigenlijk een bunder extra nodig. Maar weet u wat dat kost, meneer, een bunder grasland in deze streek?’
Lees “De boer en zijn tijd” verderPompoenen en kalebassen
Het was allemaal heel eenvoudig, had ze me bezworen. Ik hoefde maar op drie dingen te letten: de grootte, de kleur en de manier waarop de vruchten waren gepresenteerd. Was dat met zorg gedaan of was het een rommeltje in de kraam, daar ging het om.
Lees “Pompoenen en kalebassen” verderKussentjes
Het dorp maakte een uitgestorven indruk toen ik er op een maandagochtend vanaf de rivierdijk inliep. Links en rechts langs de hoofdstraat stonden wel wat auto’s geparkeerd maar ze vielen weg tussen de dubbele rij leilindes. Van hun eigenaren of andere dorpsbewoners geen spoor. Tot mijn verbazing doemde echter halverwege, recht tegenover de laat 19e-eeuwse katholieke kerk, een terras op waarvan de veelkleurige kussentjes op de rieten stoelen een uitnodigende indruk maakten.
Lees “Kussentjes” verderZandwinkel
Vlakbij het dorp waar ik ben opgegroeid ligt een buurtschap waar het geloof in Onze Lieve Heer zo sterk is dat alle meisjes die er wonen op elkaar lijken. Niet dat ze daardoor per se lelijk zijn, verre van dat zelfs, maar in hun grijze rokjes en dito bloesjes zijn ze maar moeilijk uit elkaar te houden. Bovendien zijn ze stuk voor stuk nogal bleek uitgevallen waardoor je de indruk krijgt dat ze allen een ernstige aandoening onder de leden hebben. Ze kijken je in het voorbijgaan ook niet aan maar houden hun blik strak op de horizon gericht alsof Hij daar ieder ogenblik kan opdoemen en ze niet achteraf het verwijt willen krijgen dat ze Zijn terugkeer op aarde te laat hebben opgemerkt.
Lees “Zandwinkel” verder