Twee hondjes

Mijn buren zijn verhuisd. Mét hun twee hondjes. Het waren aardige beestjes, cockerspaniels, elk met een kalfsleren bandje om hun hals waaraan zilveren ringetjes en belletjes hingen. En elk in het bezit van een stamboom die terugvoerde tot diep in de 19e eeuw. Een veel door hun baasjes aangehaald historisch feit dat ik zelf nogal ongeloofwaardig vond, maar waaraan zij niet wilden twijfelen.

Lees “Twee hondjes” verder

Dooi

Vannacht is de dooi ingevallen. Dat is vele uren eerder dan de nieuwslezers hadden aangekondigd. Ik constateer dat wanneer ik om half 8 de gordijnen opentrek en in het gisteren nog met een dik sneeuwtapijt belegde dak van de overburen grote zwarte gaten van de blootgekomen pannen zie. Uit de goot drupt over de gehele lengte smeltwater omlaag. Het vormt beekjes die over het paadje langs de muur naar het gazon stromen dat er al moerassig begint uit te zien.

Lees “Dooi” verder

De bosgod en de drie nimfen

Een oudejaarsvertelling

Het was op een van die dagen deze maand dat de zon maar niet door het grauwe wolkendek wilde breken en de miezerige regen het er ook al niet aangenamer op maakte. Maar van de hele dag binnen zitten wordt een mens ook niet vrolijk, dus besloot ik er toch maar op uit te trekken.

Lees “De bosgod en de drie nimfen” verder

De boer en zijn tijd

‘Kijk meneer,’ zei hij om zich heen wijzend, ‘drie bunder grasland, driehonderdtwintig koeien, nee, sorry, driehonderdachttien, er zijn er vannacht twee doodgegaan. Prima gras, prima koeien! Maar wil ik het als veeboer goed blijven doen dan heb ik eigenlijk een bunder extra nodig. Maar weet u wat dat kost, meneer, een bunder grasland in deze streek?’

Lees “De boer en zijn tijd” verder

Kussentjes

Het dorp maakte een uitgestorven indruk toen ik er op een maandagochtend vanaf de rivierdijk inliep. Links en rechts langs de hoofdstraat stonden wel wat auto’s geparkeerd maar ze vielen weg tussen de dubbele rij leilindes. Van hun eigenaren of andere dorpsbewoners geen spoor. Tot mijn verbazing doemde echter halverwege, recht tegenover de laat 19e-eeuwse katholieke kerk, een terras op waarvan de veelkleurige kussentjes op de rieten stoelen een uitnodigende indruk maakten.

Lees “Kussentjes” verder

Zandwinkel

Vlakbij het dorp waar ik ben opgegroeid ligt een buurtschap waar het geloof in Onze Lieve Heer zo sterk is dat alle meisjes die er wonen op elkaar lijken. Niet dat ze daardoor per se lelijk zijn, verre van dat zelfs, maar in hun grijze rokjes en dito bloesjes zijn ze maar moeilijk uit elkaar te houden. Bovendien zijn ze stuk voor stuk nogal bleek uitgevallen waardoor je de indruk krijgt dat ze allen een ernstige aandoening onder de leden hebben. Ze kijken je in het voorbijgaan ook niet aan maar houden hun blik strak op de horizon gericht alsof Hij daar ieder ogenblik kan opdoemen en ze niet achteraf het verwijt willen krijgen dat ze Zijn terugkeer op aarde te laat hebben opgemerkt.

Lees “Zandwinkel” verder