De kasteeltuin

De dame die me in de kasteeltuin tegemoet kwam lopen, droeg een frivool wit zomerhoedje en was ook voor het overige opgewekt wit gekleed. Toch verried haar stem ergernis toen ze voor me bleef staan.
‘Werkt u hier, mijnheer?’

Ik antwoordde ontkennend maar dat leek niet tot haar door te dringen.
‘U moet weten dat mijn moeder en ik nu dus al een half uur daar bij de orangerie’, ze wees met een vinnig gebaar naar een gebouwtje achter zich, ‘op de koffie zitten te wachten. Maar wat denkt u? Lees “De kasteeltuin” verder

Kamperen (3)

Ik heb een buurvrouw. Sinds iets meer dan een half uur. Meestal krijg ik buurmannen als ik ergens sta. Maar ditmaal heb ik dus een buurvrouw gekregen. De buurmannen vormen doorgaans een apart slag volk. Ze arriveren steevast tussen vijf uur en half zes: petje op, wielrennersbroek aan, gebruinde armen en benen, getaand gezicht en kuiten zo hard als kabelbomen.

Ook hun fietsen kunnen er wat van: dubbele tandwielen voor, twintig versnellingen achter, sturen met variabele grepen en een standaard voor en achter tegen het omvallen. Lees “Kamperen (3)” verder

Kersen kopen

Hij was op weg van Winterswijk naar Kesteren om kersen te kopen, vertelde hij toen hij in Arnhem tegenover me kwam zitten in de coupé.

Ik moest, ook al was het zomer, aan de Hongerwinter denken, al ken ik die tragedie uit de Tweede Wereldoorlog (twintigduizend doden) slechts van horen vertellen. In die dagen ging de reis niet per trein maar op fietsen met houten banden. Lees “Kersen kopen” verder

Kookpot

Tegen enen, toen de zon op haar hoogste punt stond, fietste ik het kampeerterrein op. Tweeëndertig graden en een geheel verlaten tentenveld! Ik had erop gehoopt maar had er niet op durven rekenen. Een heel veld vol witte klaver voor mijzelf met alleen vogels en bijen om me gezelschap te houden.

Toen de tent stond en ik water ging halen in de wasruimte, bleek ik toch niet de enige campinggast. In de schaduw van wat struikgewas zat een bleek uitgevallen man in een kort broekje een dik boek te lezen. Hij bleek een klein formaat caravan te bewonen dat op het naastgelegen veld in een hoek stond. Lees “Kookpot” verder

Het dorp Otterlo is in Van Gogh-stemming. In zo’n beetje elke voortuin staat een geïmproviseerde schildersezel van soms wel enkele meters hoog, waarop een met veel huisvlijt nagemaakt schilderij van de beroemde post-impressionist is neergezet. Dat de naar Frankrijk uitgeweken schilder destijds bijna van de honger omkwam, zich uit liefdesverdriet een oor afsneed en zich ten slotte met een kogel door de borst het leven benam, mag de pret niet drukken.

Zijn schilderijen ‘doen’ nu tientallen miljoenen per stuk, met als voorlopig dieptepunt de 60 miljoen euro die onlangs bij Sotheby’s werd neergeteld voor L’Allée des Alyscamps. Lees “” verder

Nederland

De man droeg een door het vele wassen vaal geworden sweater waarop in oranje blokletters ‘Nederland’ stond. Langs mijn tafeltje lopend hield hij even de pas in en wees naar binnen.

‘Ik ga eerst mijn handen wassen voor ik ga eten.’
Heel verstandig, knikte ik.

Alsof hij zijn zin ingestudeerd had en hem alleen even bij mij uit had willen proberen, opende hij de terrasdeur en riep binnenstappend tot de medewerkers van het pannenkoekenrestaurant: Lees “Nederland” verder

De krant

Op het hoger gelegen voetpad langs de weg kwam me met forse snelheid een fietser tegemoet. Ik had de keus tussen rechts van het talud af springen of links over de heg in een rozenperk duiken. Een keus dus tussen mogelijk onder een auto komen of slaande ruzie krijgen met een villabewoner. Ik houd niet van dat soort dilemma’s. Dus bleef ik staan. De fietser remde krachtig en kwam tegen mijn knieën tot stilstand. Broek na thuiskomst meteen in de was doen, dacht ik nog voor ik met ingehouden woede naar de rijweg wees. Lees “De krant” verder

Bidden

Elke keer als ik voor een paar dagen mijn intrek neem in kasteel Slangenburg om er te werken of er mijn rust te vinden, breng ik ook een bezoek aan de kapel. Die ligt verborgen in de bossen en maakt deel uit van een abdij die de Benedictijnen daar in het midden van de vorige eeuw eigenhandig hebben gebouwd.

Terwijl de abdij niet voor bezoekers open is, is de kapel dat wel en biedt ze passanten de mogelijkheid om er, vrijblijvend, even tot rust te komen. Lees “Bidden” verder

Daten

De man en de vrouw, beiden rond de veertig, waren voor hun eerste ontmoeting aan een tafeltje bij het raam gaan zitten. Misschien om de momenten van stilte op te kunnen vangen door elkaar op situaties buiten op straat te wijzen, misschien ook om niet meteen in een intiem hoekje gevangen te raken. De vrouw, uitbundig van aard, praatte meteen al honderd uit over haar baan (universitair medewerkster), haar hobby’s (yoga), maar vooral over haar familie.

Ik had haar wel willen waarschuwen, want de meeste mannen zijn daar niet van gediend en al helemaal niet bij een eerste ontmoeting. Lees “Daten” verder