De Constructie Van De Wereld 156.

Een kwestie van tijd

Afkicken

De man vroeg of ik van de politie ben. Hoofdschuddend ontkende ik. Ik zat naast hem op een lange houten bank, locatie: het Stationsplein Amsterdam Bijlmer Arena. Mijn favoriete hangplek als ik over moet stappen van de trein naar de metro. ‘Ik ben namelijk een beetje aangeschoten’, zei de man en glimlachte verlegen, doofde zijn sigaret met zijn schoen op de grond. Hij haalde een flesje uit zijn binnenzak en nam er een slok uit en liet zichtbaar opgelucht het flesje weer in zijn jas verdwijnen. We spraken wat over algemeenheden. Ineens nam hij een afslag in onze conversatie door zijn telefoon te pakken en mij een bericht te laten zien met zijn afspraak voor de volgende dag om half elf.

‘Morgen ga ik, voor de eerste keer in mijn leven, naar de afkickkliniek’, vertelde hij. ‘Ben je gemotiveerd’, vroeg ik. Hij vertelde me een aandoenlijk verhaal dat ik niet op wil schrijven. Plotseling stond de man op en nam vriendelijk afscheid. ‘Morgen, morgen om half elf zal ik aan je denken’, zei ik tegen hem. Ja dat heb ik gedaan.

Doodgaan kan altijd nog

In de trein van NS station Amsterdam Bijlmer Arena deed ik mijn mond-neuskapje af – corona blijkt in de trein nog steeds latent bij ons – om mijn beker cappuccino te drinken. Een klein genoegen dat het begin van de reis retour Arnhem aangenaam maakte. Na de laatste slok deed ik het kapje weer over de neus en mond. Als tastbare verwijzing naar de Covid-pandemie. Ja, ik heb me op afroep laten vaccineren. Deed het voor mezelf omdat ik niet onnodig ernstig ziek wil worden met een fatale afloop. Doodgaan kan altijd nog. En om te voorkomen dat ik anderen zou kunnen besmetten. Een weigering zou ook wat hypocriet zijn, want ik liet me de voorgaande jaren zonder rationele bezwaren vaccineren tegen de griep en allerlei exotische ziektes toen ik naar verre landen reisde.

Tesla versus NS

Ik keek uit het raam van de trein naar de auto’s en vrachtwagens die parallel aan de spoorlijn op de snelweg reden. De weggebruikers hielden zich aan de maximumsnelheid en de trein reed duidelijk sneller. Een achteraf raar voornemen kwam in mijn gedachten op toen ik onaangekondigd aan mijn toekomst dacht. Laat ik van mijn AOW-plus gaan sparen voor een blauwe Tesla, dacht ik . Zo’n elektrische auto die meer en meer het straatbeeld in mijn buurt gaat domineren. En als dat dan gelukt is, zal ik mijn NS-abonnement opzeggen. Geholpen door wat financiële meevallers zal ik er dertig jaar over sparen en op mijn honderdste verjaardag achter het stuur plaats kunnen nemen. Mits er tweedehands Tesla’s op de markt komen, dan kan dat mogelijk tien jaar eerder. Omdat mijn rijbewijs niet verlengd zal worden, zoek ik dan een jonge vrijwillige particuliere chauffeur.

Vrijwilligers

Onlangs was ik bij een prima openbare sympathieke presentatie. Een particulier initiatief dat al een vaste kring van bezoekers aan zich weet te binden. Er gebeurde iets dat niet nieuw voor me was, maar wat ik steeds opvallend vind. Aan het eind van de inleidingen werden alle betaalde medewerkers met voor- en achternaam hartelijk bedankt voor hun inspanningen. ‘Tot slot’, zei de spreker opgewekt, ‘wil ik natuurlijk onze vrijwilligers Sigrid, Ferdinand, Sander, Kasja, Raymond, Ingrid, Adrie, Wopke en ook Mark hartelijk bedanken’. Ja opvallend en, in contrast met de andere medewerkers, zonder achternaam. Het klonk huiselijk en liefdevol zoals ook huisdieren aangesproken worden.

Auteur: Albert Van Der Weide

Albert Van Der Weide is kunstenaar en woont en werkt in Arnhem. Hij exposeert en voert projecten uit in binnen- en buitenland. Albert schrijft sinds 2009 columns voor Arnhem aan Zee. (+31 64 15 74 352, http://www.albertvanderweide.eu)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *