Kanker

‘Nou, Lenie kreeg als eerste kanker en toen is ze toch nog met Jan naar die Turkse badplaats, kom, hoe heet-ie ook al weer, Alanya, gevlogen. Want toen zei ik nog: zou je dat nou wel doen, vliegen met kanker? Kan nooit goed voor je zijn. Bovendien, als je daar in het ziekenhuis belandt praten ze echt niet Hollands met je, hoor. En je zit met z’n allen hutje mutje bij elkaar in zo’n vliegtuig, dus je kunt er iedereen wel mee besmetten, niet dan? Maar ja, toch gaan met hun tweetjes want het kon wel eens hun laatste vakantie zijn. Enfin, komen ze na drie weken terug, want denk je? Jan kanker! In z’n bovenbenen. Ik zeg tegen Lenie, hoe kun je nou toch zo stom zijn! Zo hoog vliegen is sowieso slecht voor je benen! Enfin, je kent Lenie, altijd dwars en eigenwijs en snel op haar teentjes getrapt. Dus ze valt tegen mij uit of ik er de schuld van ben dat Jan nou ook kanker heeft! En dat pik ik dus niet, hè. Ik zeg tegen Lenie: nou moet je eens goed naar me luisteren. Ik ben al dertig jaar je vriendin en heb het beste met je voor, maar als jij niet naar goede raad wilt luisteren, ben je daar zelf verantwoordelijk voor, niet dan? En wat denk je? Gaan ze naar Torremolinos! Niet met hun tweetjes, want de zwager van Jan ging ook mee met z’n vrouw plus hun vroegere buren, je weet wel, dat stel uit Hillegom. Hij was nog een tijd vertegenwoordiger in bloembollen. Altijd maar heen en weer rijden naar Duitsland. Enfin, zij met hun zessen naar Torremolinos. Niet met het vliegtuig dit keer, maar met de bus, zo’n goedkope ticket bij een busmaatschappij. Brengen ze je in vierentwintig uur naar iedere Spaanse badplaats die je maar wilt. Dus ik zeg tegen Lenie: hoe kun je dat nou doen? Zit je weer met z’n allen dicht op mekaar, wie weet hoeveel mensen je dit keer aansteekt met je kanker. En lang stil zitten met je benen onder een stoel schijnt ook al niet zo best voor je bloedsomloop te zijn. Enfin, Lenie was afdoende bestraald, zei ze, en dat leek allemaal weer goed te komen, maar met Jan ging het daar alsmaar slechter! Hij schijnt daar iedere dag urenlang over het strand gestrompeld te hebben omdat de zeelucht zo goed voor zijn benen zou zijn. Nou vraag ik je! Kanker hebben en dan van die zoute lucht inademen! Kan het dommer? Dus met Jan is het nog steeds kantje boord. Maar ze waren amper terug van die vakantie, bleek de buurman die dus mee was, ook kanker te hebben gekregen! Het was op z’n longen geslagen. Kwam door het vele roken, zei de dokter. Maar je kunt mij nog meer vertellen! Want neem nou mijn oom Henk, je kent hem wel. Hij heeft zijn hele leven in de bouw gezeten en rookte een pakje per dag. En niet van die flauwe filtersigaretjes, hoor! Nee, altijd zware shag, een builtje per dag dus. Drieënnegentig geworden en nooit kanker gekregen, dus dan is het bewijs wel geleverd, dacht ik zo. Maar ik weet wel waar die vent kanker opgelopen heeft. Aan die Spaanse zeekust natuurlijk! De hele dag zout inademen, ja, dat is vragen om problemen, niet dan? Dus ik wil maar zeggen, je kunt mensen wel waarschuwen, maar luisteren, ho maar!’

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008 en De Muze, 2015) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014). In 2017 verscheen zijn novelle Angelie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *