Ja, ik wil

‘Hèhè, ze zijn getrouwd, hoor!’

‘Getrouwd? Wie zijn er getrouwd?’

‘Jan en Julia.’

‘Wat?! Jan en Julia getrouwd?! En vorige week hadden ze het nog uitgemaakt!’

‘Klopt, maar het leek Jan beter om toch maar te trouwen omdat alles voor de bruiloft al geregeld was.’

‘En Julia? Wat vond Julia daarvan?’

‘Julia vond trouwen ook beter. Als je getrouwd bent maak je het minder snel uit, zei ze. Omdat scheiden zo’n gedoe is.’

‘Jan en Julia getrouwd, dat is wel de mop van het jaar. Ik heb nog nooit zo’n knipperlichtrelatie gezien als tussen die twee.’

‘Op het stadhuis ging het ook nog bijna fout.’

‘Hoezo?’

‘Julia moest zeggen ‘Ja, ik wil’, maar ze zei ‘Vooruit dan maar’ en dat kon de ambtenaar niet goedkeuren. Dus toen moest ze opnieuw zeggen: ‘Ja, ik wil’, maar toen zei ze: ‘Oké dan’. Toen werd die ambtenaar boos en snauwde tegen Julia dat ze op moest schieten omdat hij nog wel meer dingen te doen had die ochtend. Daarop begon de moeder van Julia te huilen. En de vader van Julia werd kwaad op de ambtenaar omdat hij zijn vrouw aan het huilen had gemaakt. Waarop de vader van Jan boos werd omdat hij vond dat het de schuld van Julia was. Toen werd de vader van Julia nog bozer en wilde hij gaan vechten met de vader van Jan. Enfin, een hoop gedoe dus.’

‘Vreselijk! En dat op de mooiste dag van je leven. Maar de bruiloft was leuk, hoop ik?’

‘Nee, de bruiloft werd een mislukking want die zou in het huis van Jan worden gehouden. Maar Julia had tijdens hun laatste ruzie het hele servies van Jan stukgegooid. Dus toen moesten ze uitwijken naar een pannenkoekenrestaurant.’

‘Een pannenkoekenrestaurant?! Maar Julia houdt helemaal niet van pannenkoeken!’

‘Nee, dus toen bestelde ze frites met appelmoes. Maar dat kon niet volgens de serveerster omdat dat een kindermenu was.’

‘En toen?’

‘Niks. Ze heeft niks genomen en heeft de hele tijd alleen maar zitten snikken.’

‘Wat een vertoning, zeg! En nu?’

‘Nu zitten ze in Amerika.’

‘In Amerika?!’

‘Ja, de vader van Julia had de reis betaald. Ze huren daar een motorfiets en maken een tour dwars door Amerika. Van Florida naar Californië.’

‘Een motortour? Maar Jan heeft helemaal geen rijbewijs!’

‘Nee, maar volgens Jan kun je dat in Amerika heel makkelijk halen. Je hoeft alleen maar een rondje om de kerk te rijden en als je dan niet van je motor valt, krijg je voor honderd dollar je rijbewijs.’

‘En Jan heeft hier in de stad met zijn scooter al drie keer een ongeluk veroorzaakt!’

‘Tja, ik weet het ook niet. Maar het schijnt dat de wegen daar een stuk breder zijn dan hier. Dus misschien scheelt dat.’

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008 en De Muze, 2015) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014). In 2017 verscheen zijn novelle Angelie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *