Water kun je niet snijden
Zondagmiddag 21 juni 2026 keek ik ontroerd, naar de tv-reportage over het Nationaal Moluks Monument Ula Kora. Locatie: Lloydkade in Rotterdam. Een van de havenkades waar de eerste generatie Molukkers, de Nederlandse KNIL Militairen met gezinnen in een stoomboot in Nederland aankwamen.
Dat was in 1951, de mensen die arriveerden waren nog nooit in Nederland geweest. Leefden in de verwachting dat ze terug zouden keren naar hun thuisland Indonesië. Er voltrok zich een door de overheid gepland drama. De Nederlandse regering van destijds ontsloeg alle KNIL-militairen die in Nederlandse dienst waren. De gezinnen werden in voorheen Duitse concentratiekampen Westerbork en Vught, kazernes, vakantieoorden en kloosters ondergebracht. Veel Molukse vrouwen, mannen en kinderen ‘woonden’ gedwongen jaren in slecht onderhouden houten barakken met een minimum aan comfort, zonder voldoende inkomen en werk, geïsoleerd van de Nederlandse samenleving.
Ula Kora
Het monument dat op de Lloydkade staat is het initiatief van de Molukse gemeenschap zelf. Het is gemaakt door de kunstenaars Jaïr Pattipeilohy en Maurice de Boer. De kunstenaars hebben zich laten inspireren door Ula Kora, de voorsteven van een Kora-Kora een staatsieprauw. Het symboliseert ‘richting geworteld in de eigen toekomst’. Gemaakt van hoogwaardig brons, bestemd voor de eeuwigheid. Het monument markeert de plek van aankomst van de eerste generatie en is een plaats voor herdenken en verbinding. De voltallige Molukse gemeenschap wordt door het monument in het hier en nu ‘tastbaar gezien’. Dat is de kracht, functie en betekenis van kunst in het publieke domein.
Dat na 75 jaar de huidige regering verantwoordelijkheid neemt voor de erkenning van het aangedane onrecht is een politiek feit. In de voorgaande 75 jaar hebben de christelijke, liberale en socialistische regeringen dit altijd bewust en uit politieke strategie nagelaten.
Spelen
In mijn jonge jaren, ik ben geboren in 1949, namen mijn ouders mij mee naar het Molukse kamp Beugelen nabij Staphorst. Dat tijdens in de Tweede Wereldoorlog een Duits dwangarbeiders kamp voor Joden was. Mijn ouders waren belijdend lid van de Hervormde Kerk in Meppel, de kerk had contact met de Molukse inwoners van het kamp. De herinnering aan de erbarmelijke omstandigheden waarin de mensen leefden, heeft me nooit meer verlaten. Wat me van die intense ervaring ook is bijgebleven is de warme hartelijkheid van de ouders van de kinderen in het kamp waarmee ik speelde.