De man deed zijn best om als zaalhouder zo goed mogelijk voor de dag te komen. Hij kwam met keurige pas naar het tafeltje gelopen waaraan het echtpaar op leeftijd plaats had genomen, maakte een buiging en wenkte onderwijl een van zijn medewerkers.
‘Mevrouw, mijnheer, welkom! Wat mag ik u om te beginnen aanbieden van het huis? Een wijntje? Wit of rood? Jean, twee droge witte wijn voor onze gasten.’
De medewerker haastte zich naar het buffet om de bestelling te regelen. Zijn chef trok een stoel bij en haalde een kantooragenda voor de dag.
‘Wel, mevrouw, mijnheer, laten we eens kijken. Welke datum had u zelf ook weer in gedachten en op hoeveel mensen denkt u te kunnen rekenen?’
Hij keek beurtelings van de een naar de ander.
‘Nou, zeg jij het maar, Arnold’, zei de vrouw. Er klonk ingehouden boosheid door in haar stem. Lees “Reserveren” verder