De bosgod en de drie nimfen

Een oudejaarsvertelling

Het was op een van die dagen deze maand dat de zon maar niet door het grauwe wolkendek wilde breken en de miezerige regen het er ook al niet aangenamer op maakte. Maar van de hele dag binnen zitten wordt een mens ook niet vrolijk, dus besloot ik er toch maar op uit te trekken.

Doel was de Huldermark, een weinig bezocht gebied waarvan de naam teruggaat tot de middeleeuwen toen het terrein vanwege zijn uitgestrekte heidevelden in trek was bij herders die er met hun schaapskudden ronddoolden. Een groeiend aantal wolven maakte het gebied echter dermate onveilig dat de herders uiteindelijk met hun dieren wegtrokken waarna zandverstuivingen de overhand kregen en het gebied zijn betekenis verloor.

Ook nu weer was het er stil en verlaten. Geen schelle roep van de wulp, geen gekras van de raven die toch vaak een kijkje komen nemen wanneer diep beneden hen een mens zich door het terrein beweegt en het sparrenbos aan de einder zag er nog donkerder uit dan het al doet op een zonnige dag. Ik bereikte het bos na anderhalf uur lopen en wilde me net een plek zoeken om wat te rusten toen een man uit het struikgewas stapte. Vreemd genoeg schrok ik er niet eens erg van. Hij zag er wat morsig uit in een afgedragen cape maar tikte toch beleefd even tegen een jagershoedje waarop een paar fazantenveren prijkten.

‘Faunus is de naam,’ zei hij op brommerige toon, ‘op doorreis?’

‘Inderdaad’, antwoordde ik. ‘Ik ben aan de wandel zoals u ziet.’

De man knikte.

‘Dan moet ik u waarschuwen.’

‘O ja?’, zei ik. ‘En waarvoor als ik vragen mag? Wolven misschien?’

Hij schudde even zijn hoofd, maakte toen een flauwe beweging over zijn schouder en dempte zijn stem.

‘Nee, nee, ik moet u waarschuwen voor de nimfen iets verderop.’

‘Zozo, nimfen!’, zei ik. ‘Leuke meiden?’

Er verscheen even een boosaardig lichtje in zijn donkere ogen.

‘U kunt er beter niet mee spotten, meneer. De nimfen zijn nieuw en nog niet helemaal op hun taak berekend. De huidige tijden wijken te veel af van het gangbare, weet u.’

‘Neemt u mij niet kwalijk’, zei ik. ‘Ik maakte maar een grapje. Maar ik loop nu wel door als u het niet erg vindt want ik heb nog een flinke wandeling voor de boeg.’

De man deed met tegenzin een stap opzij en bleef me wantrouwig aankijken toen ik hem passeerde. Na een tiental meters keek ik nog eens om. Hij stond wijdbeens met de handen in zijn zij midden op het pad mij na te kijken. Ik kreeg het nare voorgevoel dat hij stond te wachten op de dingen die komen gingen en daar getuige van wilde zijn.

Meteen al na de volgende bocht kwam een drietal vrouwen me tegemoet. Ze droegen zware rugzakken en hielden vlak voor me stil.

‘Ook aan de wandel?’, vroeg de eerste. Met een uitgestoken wijsvinger duwde ze een enorme vilten hoed iets omhoog om mij beter te kunnen zien.

‘Jawel’, antwoordde ik. ‘Net als u, zo te zien. Maar schrikt u niet als u straks voorbij de bocht een haveloze man ziet staan die u vast zal vragen of u op doorreis bent. Een eigenaardig type als u het mij vraagt.’

De vrouwen schoten in de lach.

‘Toch niet een man in een lange mantel met een jagershoedje op?’

Ik knikte verbaasd. De vrouw wees in de richting waarvan ze gekomen waren.

‘Die man spraken we net al. Hij waarschuwde ons voor u.’

‘Voor mij?!’, vroeg ik onthutst.

‘Ja, voor u! Maar wij zijn niet bang uitgevallen al zijn we dan nieuw in deze streek. En die man kennen we van eerdere ontmoetingen al is dat intussen wat lang geleden. Hij is in zijn laatste dagen, moet u weten, en doet daarom wat nukkig maar het is geen slechterik.’

‘Maar waarom zou hij voor mij…’, begon ik.

De tweede vrouw die al een poosje onderzoekend naar me had staan kijken, nam nu het woord.

‘Gewaarschuwd hebben, wilde u zeker vragen? Weet u, u bent met alles wat u doet een gevaar voor uzelf. Maar wees gerust, wij zullen u in het nieuwe jaar steunen bij wat u doet.’

‘Ook al zult u ons doorgaans niet zien’, vervolgde de derde en wijzend op de vrouw met de enorme hoed: ‘Zij is de vrede onder ons, al zou je dat niet meteen zeggen als je naar de wereld om ons heen kijkt. Maar ze doet haar best.’

De vrouw met de hoed drukte die dieper over haar ogen zodat ik haar gezicht niet langer kon zien. Ik wist niet wat ik ervan moest denken maar veel indruk maakte deze vredestichtster niet op me.

‘En deze vrouw naast me,’ ging de ander verder, ‘zal over uw welzijn waken want dat is af en toe wel nodig, hebben we vastgesteld.’

De beide anderen knikten instemmend en zwaaiden even waarschuwend met hun wijsvinger.

‘En zelf ben ik van de liefde,’ hernam de vrouw weer, ‘want ook daar kunt u wel wat escorte bij gebruiken, nietwaar dames?’

De anderen grinnikten even, maar misschien was dat om het woord ‘escorte’.

Ik fronste en meteen trok er een ironisch trekje om hun monden.

‘U moet het niet meteen zo zichtbaar maken,’ zei de vrouw met de hoed en er klonk een lichte spot door in haar stem, ‘maar nu moeten we verder. Veel voorspoed in het nieuwe jaar!’

Een ogenblik later waren ze verdwenen en opeens was daar ook weer de oude man van daarnet.

‘Ik had u gewaarschuwd! U moet de nimfen ernstig nemen. Zij hebben het beste met u voor. Vergeet u vooral niet wat zij u hebben gezegd!’

Met één sprong verdween hij weer in het struikgewas en ik vond mijzelf terug op het pad waar alleen nog de voetafdrukken stonden van hen met wie ik net gesproken had. Maar het zouden natuurlijk ook alleen mijn eigen voetafdrukken geweest kunnen zijn.

Alle lezers van Arnhem een Zee een vreedzaam, liefdevol en gezond nieuwjaar gewenst!

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008, De Muze, 2015 en Vage klachten, 2019) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014), in 2017 gevolgd door de novelle Angelie en in 2024 door de roman De Inkwartiering (over de asielzoekersproblematiek). In 2019 verscheen (digitaal) het boek Arnhem Mondiaal over veertig jaar samenwerkende Arnhemse vredes- en ontwikkelingsorganisaties.

2 gedachten over “De bosgod en de drie nimfen”

  1. de laatste reactie en het kan nog net in het oude jaar. Het oude jaar was al aan het afscheid nemen en het nieuwe jaar wist nog niet waar het aan begon.
    Maar bij jou Ed is het dan toch wel zo “dat een gewaarschuwd mens voor twee telt”. wees dus maar op je hoede.
    een gezond en vredig 2026.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *