Het kruis

Toen ik mij in mijn jonge jaren op hardlopen begon toe te leggen, liep ik na enige tijd de honderd meter in 12 seconden (handklok). Usain Bolt liep die afstand in 2009 tijdens de wereldkampioenschappen atletiek in Berlijn in 9,58 seconden, een record dat sindsdien niet is verbeterd. Dat ik er zelf dus slechts twee seconden langer over deed is bepaald geen schande en dat dank ik aan een groep rotjochies dat mij vroeger op weg naar school steevast achterna zat.

Waarom is mij nooit duidelijk geworden maar zij zaten op een andere school dan ik en dat zal dan wel de reden zijn geweest. Dorpsculturen kunnen soms eigenaardige vormen aannemen. In elk geval hebben ze mij dankzij mijn vroeg ontwikkelde sprintvermogen nooit te pakken gekregen. Maar een zeker wantrouwen jegens groepsgedrag is mij altijd bijgebleven en je zult mij dan ook niet snel op voetbaltribunes of in carnavalsoptochten tegenkomen.

De plek op de route naar school waar ik altijd op mijn hoede moest zijn, was de kruising van de dorpsstraat met de rivierdijk. Ik kwam vanaf het buitengebied de dijk op, zij kwamen van de dorpskant. Het was dus altijd een gok of ik hen niet net op de dijk tegenkwam want dan was mijn voorsprong nihil. Menigmaal heb ik dan ook het vege lijf moeten redden via paadjes achter huizen om of door mij in tuinen schuil te houden onder rododendrons of in niet afgesloten schuurtjes. Ik heb het er in die jaren zonder kleerscheuren afgebracht en ben er zelfs nooit te laat door op school gekomen wat een klein wonder mag heten gezien de lange omwegen die ik soms genoodzaakt was te maken.

Ik moest aan deze tijd terugdenken toen ik onlangs tijdens een wandeling door het rivierengebied mijn vroegere dorp doorkruiste. De rivierdijk nemend kwam ik als vanzelf op de plaats waar deze de dorpsstraat kruiste. Het café beneden aan de dijk stond er niet meer en ook de kapper waar ik zeer tegen mijn zin mijn haar ‘flink kort’ moest laten knippen van mijn moeder, was vervangen door een wat treurig ogende middenstandswoning. En opeens stond ze daar, een lange slanke dame gekleed in een diepblauwe jurk. Ze hield een mapje voor zich uitgestrekt en omdat ik dacht dat het een dorpsplattegrond was en ze misschien de weg was kwijtgeraakt, hield ik stil.

‘Kunt u het vinden?’, vroeg ik.

‘De Heer leidt mij op mijn pad,’ was het verrassende antwoord, ‘met Hem aan mijn zijde zal ik niet dwalen.’

‘Juist’, zei ik. ‘Maar in de nieuwbouwwijk hier naast ons leiden alle straten van het ene woonerf naar het andere. Raak je erin verzeild, dan kom je er niet zo snel meer uit is mijn ervaring.’

Ze schudde haar hoofd en trok een boekje uit haar tas.

‘Hij wijst mij de weg. Leest u de Bijbel?’

‘Nee,’ antwoordde ik naar waarheid, ‘ik kreeg er vroeger op school nachtmerries van.’

‘Is het echt?’, vroeg ze verbaasd. ‘De Bijbel brengt juist diepe rust en vrede in u.’

‘Niet bij mij’, zei ik. ‘Mijn ouders hebben mij van de christelijke school waarop ik zat afgehaald en naar een andere school in het dorp gestuurd.’

‘Dat is jammer,’ zei ze hoofdschuddend en stopte het boekje weer in haar tas, ‘maar misschien mag ik u dan wijzen op het kruis?’

Nog voor ik kon bedenken wat ze met dat aanbod kon bedoelen, duwde ze mij een folder in de hand. In gesprek over het kruis stond erop. Daar gaan we weer, dacht ik, tijd om vriendelijk doch nadrukkelijk afscheid te nemen. Op dat moment echter klonk vanaf het centrum van het dorp een knetterend geluid dat snel in sterkte toenam. Even later daverde een groepje jongens op kennelijk opgevoerde scooters de dijk op. Ze hielden stil en keken ons uitdagend aan waarbij ze het gas schoksgewijs open en dicht draaiden. Hun bijna identieke gezichten kwamen me bekend voor, ze leken verdacht veel op die rotjochies van vroeger. Hun kleinzonen waarschijnlijk. Ze riepen ons wat onverstaanbaars toe maar het deed me hoegenaamd niets. Bovendien, wat kon mij gebeuren naast een dame met een tas vol bijbels?

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008, De Muze, 2015 en Vage klachten, 2019) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014), in 2017 gevolgd door de novelle Angelie en in 2024 door de roman De Inkwartiering (over de asielzoekersproblematiek). In 2019 verscheen (digitaal) het boek Arnhem Mondiaal over veertig jaar samenwerkende Arnhemse vredes- en ontwikkelingsorganisaties.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *