De sleutel

(Afbeelding: Gemaakt door Catherine)

De vrouw zit met haar rug naar me toe. Haar weken eerder geverfde rode haar toont aan de wortels de ware grijsbruine kleur rond een kalende plek op haar kruin. Een te lang gedragen regenjas hangt over de rugleuning van haar stoel. Tegenover haar zit een mondain geklede vrouw van gelijke leeftijd, het grijze haar opgestoken, een diepe denkrimpel in haar voorhoofd. Haar bontmanteltje heeft ze zorgvuldig over de stoel naast haar gedrapeerd. Het zijden sjaaltje hangt er quasi nonchalant overheen. Ze schudt zorgelijk haar hoofd.

‘Elly, denk nog eens goed na. Wanneer heb je die sleutel voor het laatste gebruikt?’

Haar vriendin tilt vertwijfeld haar handen omhoog.
‘Ik weet het niet meer! Ik weet het echt niet meer, Maria! Een maand geleden misschien? Maar misschien ook wel langer. Hij was er gewoon opeens niet meer.’

‘Maar heb je er dan geen vaste plek voor? Je hebt al je kostbaarheden in dat dressoir liggen. Dan laat je de sleutel toch niet slingeren?’

Opnieuw schudt de ander haar vergrijsde krullen.
‘Ik leg hem altijd op het randje van de staande klok in de hal. Maar vanochtend lag hij daar opeens niet meer. Ik vind het vreselijk! Hoe moet ik nu bij mijn spaarbankboekje komen? En bij mijn sieraden? En bij mijn trouwboekje? Het is een ramp, Maria, een ramp!’

‘Nou,’ probeert de ander voorzichtig, ‘een ramp is misschien wat veel gezegd. Maar het is natuurlijk wel heel vervelend. Heb je in al je zakken gezocht? De zakken van je jas, je schort, je broekzakken?’

De vrouw tegenover haar begint opeens met haar schouders te schokken. Ik hoor haar snikkende stem.
‘Het ergste is nog wel dat ik iedereen die de afgelopen tijd langs is gekomen begin te verdenken. Misschien heeft een van hen wel gezien dat ik de sleutel op de klok legde. Misschien ook wel een onbekende die door het raam naar binnen heeft gekeken! Ik word er hypernerveus van, begrijp je dat, Maria?’

Maria knikt.
‘Natuurlijk begrijp ik dat. Maar zo moet je niet denken, Elly, want dan heb je geen leven meer. Ik denk eerder dat je de sleutel in een verstrooide bui ergens anders hebt neergelegd. In een keukenla bijvoorbeeld of tussen al je spullen op tafel. Heb je wel overal goed gezocht?’

Haar vriendin hoest heftig en begint weer te snikken. De ander buigt zich over het tafeltje en legt troostend een hand op haar arm waarna het een poosje stil blijft. Dan veert de vrouw plotseling op.
‘Ik weet het, Maria, ik weet het opeens! De sleutel ligt bij Marianne, m’n zus! Hij zit aan het sleutelbosje dat ik haar gegeven heb toen ze laatst een dagje voor de poes zorgde. Ik pak de auto en ga er meteen heen!’

Haar vriendin klapt enthousiast even in haar handen en slaakt dan een diepe zucht.
‘Zie je nu wel, Elly? Dat soort dingen komen altijd goed. Je moet je niet altijd zo bezorgd maken, dat is niet goed voor je hart. Weet je wat? Ik reken af en dan gaan we samen naar je zus.’

Beide vrouwen staan op en pakken hun handtassen van tafel. Dan opeens begint de vrouw met de krullen haastig in haar zakken te voelen. Ze knipt vervolgens haar handtas open en woelt er panisch in rond. Dan geeft ze een schreeuw. Haar vriendin die met haar portemonnee al op weg was naar de bar, komt op een holletje terug.

‘Elly, wat is er aan de hand?!’

Haar vriendin laat haar tas op de grond vallen en grijpt naar haar hoofd.
‘M’n autosleutels! Ze zitten niet meer in m’n jaszak en ook niet in mijn tas!’

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008 en De Muze, 2015) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014). In 2017 verscheen zijn novelle Angelie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *