Voorrang

Afbeelding: Gemaakt door Catherine

(Afbeelding: Gemaakt door Catherine)

De veerman zet me over. Een duur retourtje voor hem, want mijn fiets en ik zijn de enige passagiers terwijl aan de overzijde niemand wacht. Midden op het dek ligt de hond. Grijze snoet en wat stram in de poten, de gemiddelde hondenleeftijd al ver gepasseerd. Ik ken de veerbaas. Hij mij ook, al heeft hij dat heel lang niet laten merken. Tot die keer dat we beiden tegelijk vanaf de pont een reebok door de uiterwaarden zagen gaan.
‘Een spitser’, zei hij wijzend op het dier dat zich met grote sprongen uit de hoeven maakte.

‘Mis’, zei ik. ‘Hij heeft een gaffel.’

Hij greep zijn verrekijker die hij altijd paraat in de stuurhut heeft liggen en stelde scherp.‘Je hebt gelijk’, zei hij. ‘Hij is al twee.’

Sindsdien groet hij me wanneer ik de pont op kom rijden.

We varen langzaam door de flarden ochtendmist naar de overkant. Opeens neemt hij gas terug. De schoepen aan de zijkant van het schip slaan stil met het geluid alsof er een ijzeren pin doorheen geslagen wordt. Over het midden van de rivier nadert een pleziervaartuig. Ik kijk hem aan.
‘Sinds wanneer heeft een plezierbootje voorrang op een veerpont?’

Hij haalt zijn schouders op.
‘Ze hebben mijn hond gered.’

Het bootje vaart voor de pont langs en beiden laten even de scheepshoorn klinken. Als het vaartuigje voorbij is, duwt hij de gashendel weer naar voren. Slingerend zoekt het schip zijn koers naar de overkant weer op. Zonder dat ik het hem vraag begint hij te vertellen.

‘Ik laat Does altijd zijn gang gaan. Zolang hij maar niet midden op dek blijft liggen als er auto’s aan boord komen. Het was op een drukke zondagmiddag afgelopen zomer. Veel dagjesmensen. Rijen auto’s aan beide kanten. Er moesten zelfs auto’s blijven wachten omdat het dek vol was. Enfin, ik laat de slagboom neer en vaar af. Op dat moment komt Does aanrennen. Voor zover hij nog rennen kan natuurlijk. Hij neemt een sprong naar de laadklep, maar haalt die voor geen meter. Hij plonst in het water en wordt meteen met de stroom meegezogen. Ik zet onmiddellijk de motor af. Zinloos natuurlijk, want wat moet je met een pont aan een kabel? En een reddingsboei nagooien heeft ook geen zin. Maar toen kwam net dat bootje aanvaren. Duitsers waren het, hoogbejaard. Misschien wel fout geweest in de oorlog, wie zal het zeggen? Maar die hebben Does dus uit het water gevist. Daarom krijgen ze altijd voorrang van me, hoe vaak ze hier ook voorbijkomen.’

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008 en De Muze, 2015) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014). In 2017 verscheen zijn novelle Angelie.

Eén gedachte over “Voorrang”

  1. Dat is een mooi verhaal, gelukkig zijn er ook nog goede Duitsers!
    Maar verdrietig was ik wel zelf toen ik dit hondenverhaal las, want ik had net te horen gekregen dat mijn logeerhond is ingeslapen zondag!
    Maar hindert een prachtig leven gehad bij zijn 2 baasjes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *