Hoe burgemeester Notenkraker licht bracht in duistere zaken

(Een kerstvertelling)

Het was stil op het stadhuis. De ambtenaren hadden hun werkweek erop zitten en alle lampen waren uit. Alle lampen? Nee, in de werkkamer van burgemeester Notenkraker brandde nog licht. Het kierde tussen de gordijnen door die hij deze avond dichtgetrokken had om inkijk te voorkomen. Helemaal sluiten deden ze door het vele wassen niet meer en de begrotingspost ‘nieuwe gordijnen voor de burgemeester’ was in de laatste bezuinigingsronde gesneuveld.

De burgemeester zat achter zijn bureau. Hij had zijn jasje uitgedaan en zijn stropdas losgemaakt en wreef zich af en toe opgewonden door zijn haar dat daar danig van in de war raakte.

Opeens zwaaide de deur open en korporaal buiten dienst Stobbe, sinds enkele jaren adviseur veiligheid van de burgemeester, trad binnen. Haastig moffelde de burgemeester het tijdschriftje waarin hij zat te lezen onder zijn bureau.
‘Kun jij niet kloppen voordat je binnenkomt, Stobbe?’

De adviseur sloeg de hakken van zijn glimmend gepoetste schoenen tegen elkaar en salueerde.
‘Excuses, burgemeester. Ik had vanochtend al een paar keer geklopt, maar toen was u er niet. Dus ik dacht, dan loop ik nu maar eens gewoon naar binnen. Anders blijf ik maar aan het kloppen.’

De burgemeester zuchtte. Hij pakte een potlood uit het pennenbakje en tikte ermee op de plattegrond van de stad die opengevouwen voor hem op het bureau lag.
‘Kijk, Stobbe, hier maak ik me nu al de hele avond zorgen over. Het rommelt in deze wijk.’

De adviseur deed een paar passen naar het bureau en wierp een blik op de kaart.
‘O ja, die wijk. Die kennen we. Daar hebben we alles onder controle, burgemeester. Daar heb ik persoonlijk voor gezorgd.’

‘Alles onder controle, zeg je Stobbe. Maar dat zeg jij altijd als ergens in de stad stront aan de knikker is. De kranten staan bol van de trammelant in die wijk! Hoe kun jij dan zeggen dat alles onder controle is?’

De adviseur keek even spiedend de kamer rond en liet toen zijn stem dalen tot een samenzweerderig gefluister.
‘Dat weet ik van hogerhand, burgemeester. Via mijn connecties, u weet wel. Die zitten daar bovenop.’

De burgemeester trok geïrriteerd zijn stropdas recht.
‘Nu moet je eens goed naar me luisteren, Stobbe. Dat gescherm met ‘van hogerhand’ moet eens afgelopen zijn. Er is in deze stad maar één hogerhand en dat ben ik. Is dat begrepen?’

De adviseur sloeg de hakken van zijn schoenen weer tegen elkaar en salueerde.
‘Begrepen, burgemeester. Maar is de burgemeester dan misschien nog wel geïnteresseerd in het nieuws dat ik van hogerhand, ik bedoel natuurlijk via mijn connecties, heb verkregen over bepaalde onrustzaaiers in die wijk?’

De burgemeester keek zijn adviseur wantrouwend aan.
‘Je houdt toch niets voor me achter, is het wel, Stobbe?’

‘Nee, natuurlijk niet, burgemeester. Maar wat mijn connecties mij in vertrouwen vertellen … Ik bedoel, mijn connecties moeten van hun kant natuurlijk ook op mijn discretie kunnen rekenen, begrijpt u wel?’

De burgemeester begon zich op te winden en wierp zijn potlood terug in het pennenbakje.
‘Stobbe, het gaat om de orde en veiligheid in deze stad!’

‘Helemaal mee eens, burgemeester.’

‘En dus, Stobbe, wil ik tijdig en volledig worden geïnformeerd over zaken die de orde en veiligheid in de stad betreffen. Is dat duidelijk?!’

De adviseur salueerde weer.
‘Duidelijk, burgemeester. Ik zal het doorgeven aan, eh, mijn connecties. Al weet ik natuurlijk niet of zij de burgemeester wel helemaal willen volgen in dezen.’

De burgemeester stond met een ruk op waarbij het tijdschriftje dat op zijn schoot lag onder het bureau zeilde en voor de voeten van de adviseur terecht kwam. Gewend als deze was om niets aan zijn aandacht te laten ontsnappen, wierp hij een tersluikse blik op de omslag van het blaadje en er trok een frons over zijn gezicht. De burgemeester gaf met zijn vlakke hand een klap op het bureaublad.
‘Het is vanaf nu afgelopen met dat gescherm met connecties, Stobbe! Helderheid en transparantie, daar gaat het om!’

‘Natuurlijk, burgemeester. Alle informatie betreffende de veiligheid in onze stad is veilig bij mij. Ook privacygevoelige informatie van de burgemeester zelf, burgemeester.’

De burgemeester liep rood aan en hij had moeite om zich te beheersen.
‘Stobbe, ga ergens koffie drinken en laat mij de rest van de avond alleen. Ik heb nog werk te doen. En houdt ook eindelijk eens op met dat idiote gesalueer!’

Even ging er een gevaarlijk trekje over het gezicht van adviseur Stobbe. Toen sloeg hij de hakken tegen elkaar, draaide zich een halve slag om en marcheerde naar de deur. De burgemeester luisterde trillend van boosheid toe hoe de voetstappen van zijn adviseur in de stadhuisgang wegstierven.

Toen, alsof hij ontwaakte uit een boze droom, liep hij naar het raam. Met een ruk trok hij de gordijnen uiteen, opende het venster en riep: ‘We gaan het allemaal anders doen in het nieuwe jaar! Transparantie en betrokkenheid zal het nieuwe motto worden! Daar sta ik als burgemeester persoonlijk voor in! Want ik ben er voor álle stadsgenoten!’

Maar vanaf het donkere plein kwam geen antwoord. Alleen de zwerver die net met zijn arm in een vuilnisbak rondwoelde, keek even verbaasd op toen hij het silhouet van de burgemeester in het open raam zag. Toen haalde hij zijn schouders op en zocht verder naar restanten van kerstkransen en oliebollen.

Alle lezers en medewerkers van Arnhem aan Zee, mede namens burgemeester Notenkraker, een fonkelend nieuw jaar toegewenst met veel betrokkenheid en transparantie!

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008 en De Muze, 2015) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014). In 2017 verscheen zijn novelle Angelie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *