Bladgoud

De vrouw die na mij bij de vitrine was komen staan, stak haar hand op toen de man van de reparatieafdeling vroeg wie er aan de beurt was.

Ze deed dat met zoveel overtuiging en met inzet van zoveel charmes – en dat waren er nogal wat, zag ik terloops van opzij – dat hij niet eens meer ter controle zijn blik over de overige klanten liet gaan. In zijn volle lengte boog hij zich over de vitrine naar haar toe en vroeg zo innemend mogelijk wat hij op deze mooie herfstmiddag voor haar kon betekenen. Ik voelde me opstandig worden, maar omdat het inderdaad een mooie herfstmiddag was, liet ik het onrecht maar geschieden.

De vrouw haalde een bijouteriekistje uit haar tas en trok er een horloge uit dat ze voor de ogen van de man heen en weer bewoog.
‘Hij doet het niet meer.’

De man nam het horloge van haar over en hield het tegen het licht alsof hij er doorheen kon kijken.
‘Juist’, zei hij. ‘Hij doet het niet meer. En hoe lang doet hij het al niet meer, als ik vragen mag?’
‘Nou,’ zei de vrouw, ‘sinds ik hem heb gekregen.’
‘Sinds u hem heeft gekregen ..?’
‘Nou ja,’ zei ze, en haar stem verried iets dat weinig meer met charme te maken had, ‘toen ik hem kreeg deed ie het nog wel. Maar de volgende ochtend deed ie het niet meer. Maar toen was hij al weg, de gladjakker. En omdat het een horloge van echt bladgoud was, had ie twee keer van me gemogen. Want ja, eerlijk is eerlijk, toch? Maar nu ie het niet meer doet, voel ik me toch behoorlijk gepakt!’

Ze keek even opzij naar mij op zoek naar instemming, maar omdat ik zo gauw niets wist te zeggen, richtte ze zich weer tot de reparateur.
‘Dus die komt er bij mij natuurlijk niet meer in, dat begrijpt u zeker wel. Maar ik dacht vanochtend opeens, laat ik toch eerst maar controleren of het ding nog te repareren valt, want misschien is het wel gewoon een leeg batterijtje.’

De man legde het horloge plat op de vitrine met de achterkant naar boven.
‘Ik zal eens voor u kijken, mevrouw. Als het een leeg batterijtje is, is het euvel snel verholpen.’

Met een minuscuul schroevendraaiertje wipte hij de achterplaat van het horloge los en pulkte het batterijtje eruit dat hij in een spanningsmeter legde. In gedachten knikte hij wat voor zich uit. Toen schudde hij even met zijn hoofd als om een hinderlijke vlieg te verjagen en stopte een nieuw batterijtje in het horloge. Hij keek even op een klok die boven de vitrine hing, stelde de tijd op het horloge van de vrouw in en overhandigde het haar.
‘Kijk eens, mevrouw, hij loopt weer als een trein.’

De vrouw keek verrast naar de bewegende secondewijzer.
‘Goh’, zei ze. ‘Hij doet het weer, hoe is het mogelijk! Nou ja, het was ook best wel een aardige vent eigenlijk. Een handelsreiziger. Tenminste, dat zei ie. En van echt bladgoud, dus dat moet een behoorlijke duit gekost hebben. Enfin, als ie weer eens langskomt…’

De reparateur onderbrak haar.
‘Dat is dan negen euro vijftig, mevrouw.’

Het gezicht van de vrouw vertrok in een fractie van een seconde.
‘Wat? Negen euro vijftig? Voor zo’n klein pestbatterijtje?! Wat een afzetterij!’
‘Het spijt me, mevrouw, maar die kleine batterijtjes zijn niet goedkoop.’

De vrouw duwde het horloge boos terug in het bijouteriekistje en trok met een driftig gebaar een biljet van tien euro uit haar portemonnee dat ze voor de man op de vitrine neerwierp.

Plotseling keek ze weer opzij waarbij ze mij met een keurende blik opnam.
‘Bah, mannen’, zei ze toen. ‘Wat moet je er eigenlijk mee?’

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008 en De Muze, 2015) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014). In 2017 verscheen zijn novelle Angelie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *