Mijn buren zijn verhuisd. Mét hun twee hondjes. Het waren aardige beestjes, cockerspaniels, elk met een kalfsleren bandje om hun hals waaraan zilveren ringetjes en belletjes hingen. En elk in het bezit van een stamboom die terugvoerde tot diep in de 19e eeuw. Een veel door hun baasjes aangehaald historisch feit dat ik zelf nogal ongeloofwaardig vond, maar waaraan zij niet wilden twijfelen.
De verhuizing was voor iedereen in de straat een complete verrassing geweest en voor mij helemaal omdat ik na een paar dagen terugkerend van familiebezoek, een geheel leeg huis naast het mijne aantrof.
Voor henzelf waren onverwachte wendingen in hun leven echter alledaagse kost. Ik, gewend aan een georganiseerd leven, stond er steeds weer van te kijken. Dan gingen ze bijvoorbeeld op vakantie naar Frankrijk – ik zorgde op hun verzoek voor de beide hondjes – en kreeg ik na een week een kaartje uit Bulgarije. Hadden ze bij Eindhoven de verkeerde afslag genomen. Ieder ander zou zijn omgekeerd maar zo niet mijn buren: ze reden dan gewoon door naar Bulgarije, ook een mooi land immers!
Met het vertrek van mijn buren verdwenen ook de beide hondjes uit mijn leven. Tot ik onlangs een advertentie las in een dierenblad waarin twee cockerspaniels ter overname werden aangeboden. Hun baasjes wilden een wereldreis maken en bijgevolg waren de dieren tot overbodige ballast verklaard. Op een aandoenlijke foto bij de oproep waren beide hondjes afgebeeld. Ik herkende ze meteen en begon te twijfelen. In mijn huis geen honden, was jarenlang mijn credo geweest. Op twee hondjes van een ander passen en ze dagelijks een paar keer uitlaten was tot daaraan toe, maar hondenbezitter worden, nee. Het zou me te veel aan huis binden en de kosten van de dierenarts waren de laatste jaren ook de pan uitgerezen. Maar wat zou er gebeuren met de hondjes wanneer niemand op de oproep zou reageren? Ze zouden vast naar een dierenasiel worden gebracht en de aandacht die ze daar kregen moeten delen met een dozijn of meer lotgenoten. En wat was er waar van de verhalen dat katten en honden na een paar weken een spuitje krijgen om te voorkomen dat het asiel overbevolkt raakt? Mijn geweten begon op te spelen. Ik egoïst vond mijn eigen levensgeluk belangrijker dan het leven van twee onschuldige hondjes. Als ze gedood zouden worden zou ik medeplichtig zijn. Ik belde de redactie van het blad: of beide hondjes al een nieuw baasje hadden gevonden? Nee, dat was niet het geval. Ze waren wat ik al vreesde, naar het plaatselijke asiel overgebracht. Zou er geen nieuwe eigenaar opdoemen dan zou inderdaad… Ik belde het betreffende asiel en maakte een afspraak. Dan de eerstkomende jaren maar met twee hondjes door het leven.
Toen ik me de volgende dag bij het asiel meldde, bleken de beide dieren echter te zijn opgehaald. Door wie?, vroeg ik. De asielhoudster trok een map uit de kast en begon te bladeren: het waren de vorige eigenaars geweest. Zij hadden hun wereldreis van de ene op de andere dag ingeruild voor een 18e eeuws landhuis aan de Loire. Twee hondjes mee in de verhuiswagen was geen probleem geweest. Ik reed terug naar huis. Voor mijn geestesoog verrees een landhuis tegen de glooiende oevers van een kabbelende rivier, rijkelijk voorzien van wijnkelders en met marmeren beelden in de tuin waar de beide hondjes speels omheen dolden. Maar het zou me niet verbazen wanneer het kasteel op het laatste moment zou zijn ingeruild voor een berghut in Lombardije.