Kussentjes

Het dorp maakte een uitgestorven indruk toen ik er op een maandagochtend vanaf de rivierdijk inliep. Links en rechts langs de hoofdstraat stonden wel wat auto’s geparkeerd maar ze vielen weg tussen de dubbele rij leilindes. Van hun eigenaren of andere dorpsbewoners geen spoor. Tot mijn verbazing doemde echter halverwege, recht tegenover de laat 19e-eeuwse katholieke kerk, een terras op waarvan de veelkleurige kussentjes op de rieten stoelen een uitnodigende indruk maakten.

Ik gespte mijn rugzak af en nam plaats dicht naast de toegangsdeur. Tien minuten lang gebeurde er niets maar omdat de stilte me goed deed, nam ik er geen aanstoot aan. Plotseling echter zwaaide de deur open en trad er een vrouw met hoog opgestoken geblondeerd haar naar buiten.

‘Kijk aan!’ zei ze verbaasd naar me kijkend, ‘Een gast! Zit u hier al lang?’

Ik keek op mijn horloge en haalde even mijn schouders op.

‘Ach, hooguit een kwartier, maar het is lekker weer en ik heb geen haast.’

‘Een kwartier al! Nou ja! Maar we zijn ook eigenlijk dicht.’

Ik keek verbaasd even om mij heen.

‘Dicht, zegt u? Aha, maar ik zag die kussentjes dus ik dacht dat u geopend was.’

De vrouw leek de kussentjes nu pas te zien.

‘Verdomme nog aan toe, de kussentjes! Dus alweer niet binnengehaald gisteravond!’

Ze draaide zich met een ruk om.

‘Johanna!’, riep ze naar binnen benend. ‘Johanna, je bent alweer vergeten om de kussentjes binnen te halen! Hoe vaak moet ik je nog zeggen dat je na sluitingstijd meteen de kussentjes naar binnen moet brengen!’

Haar schrille stem weerkaatste tegen de gebouwen aan de overkant van de straat en werd in het inwendige van het café beantwoord door een huilerige meisjesstem die iets onverstaanbaars terug schreeuwde. Even hield ik mijn adem in min of meer verwachtend dat met serviesgoed zou worden gesmeten. Maar de uitbaatster kwam weer naar buiten en vroeg nu met wat minder luide stem of ik soms iets bestellen wilde.

‘Een kop thee misschien? U zit er nou toch.’

Ik had een kop koffie willen bestellen, maar omdat het café eigenlijk dicht was, hield ik het maar op thee. De vrouw kwam even later weer naar buiten met een dienblaadje waarop een kop thee stond te wiebelen naast een bakje met suikerklontjes. Ik voorzag het voetbad al voordat ze er zelf over begon.

‘Het is er een beetje overheen gegaan, meneer, maar het is maar water moet u maar denken.’

Wat ik moest denken wist ik niet zo gauw maar toen ik zag dat het bijgevoegde koekje tot een vochtig klompje meel was gedegradeerd, besloot ik toch om een nieuwe kop thee te vragen. Maar ik was al te laat. De vrouw was alweer naar binnen gesneld waar tot mijn verbazing de ruzie over de niet binnengehaalde kussentjes weer in alle hevigheid werd voortgezet. De situatie vloog me plotseling aan. De ochtendstilte was verdwenen, mijn thee stond in een gracht waarin een verwaterd koekje ronddreef en het uitzicht vanaf het terras dat net nog zo idyllisch leek en dat ik als een weldaad had ervaren, beklemde me nu opeens. Ik stond op, nam het dienblaadje met daarop het theeglas van tafel en liep ermee naar binnen.

Achterin de zaak stond een meisje met een wc-borstel te zwaaien, op nog geen halve meter voor haar met de kin uitdagend naar voren gestoken en de beide handen in de zij, stond de uitbaatster. Haar eerst nog torenhoog opgebouwde haardos hing nu in slierten langs haar hoofd omlaag. Ze schreeuwden beiden om het hardst met onverstaanbare uithalen. Horen en zien verging me. Even bleef ik bij de tap staan in de hoop dat van het binnentreden van een gast een kalmerende invloed zou uitgaan, maar niets van dat al. De vrouw draaide zich alleen even naar me toe, haar gezicht paars aangelopen.

‘Ja, zet u dat daar maar neer, meneer. Ik kom zo bij u.’

Toen draaide ze zich weer naar het meisje toe en zette ze haar geschreeuw voort.

Even nog bleef ik staan wachten, toen draaide ik me om, liep de zaak uit en zette mijn wandeling voort.

Auteur: Ed Bruinvis

Studeerde voor tekenleraar aan de Arnhemse kunstacademie en normatieve maatschappijleer bij professor Hoefnagels (Radboud Universiteit). Is sindsdien actief in het vredes- en ontwikkelingswerk (Stichting Doca, Platform Arnhem Mondiaal en landelijk Platform tegen Wapenhandel). Publiceert behalve onderzoekswerk ook poëzie (Rivierklei, 2008, De Muze, 2015 en Vage klachten, 2019) en verhalen (Open op zondag, 2010 en Het terras, 2014), in 2017 gevolgd door de novelle Angelie en in 2024 door de roman De Inkwartiering (over de asielzoekersproblematiek). In 2019 verscheen (digitaal) het boek Arnhem Mondiaal over veertig jaar samenwerkende Arnhemse vredes- en ontwikkelingsorganisaties.

2 gedachten over “Kussentjes”

  1. je ontmoet niet alleen vreemde vogels maar ook vreemde mensen op je reizen, als ik jou was zou ik de schreeuwers de mond maar snoeren.

  2. Dank voor je reactie, Andrea.
    De bezoeker heeft zijn thee-met-voetbad onaangeroerd weer teruggebracht. Hopelijk was dat voor de uitbaatster al een duidelijk signaal …

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *