Geschreven door Hester Macrander donderdag 14 januari 2010 23:28
Bijna iedereen gaat winkelen tussen oud en nieuw, dat wist ze. Maar zelfs op oudejaarsdag? Daar had ze niet op gerekend. De kleine vrouw met grote gele tas aan de schouder werkt zich een weg door de overvolle Ikea. Glipt langs mensen met reusachtige karren, breekt door gezinnen die de hele breedte van het pad vullen en slalomt om slingerende hand-in-hand paartjes.
Ze volgt al sinds de ingang de bordjes ‘uitgang’ en moet nog langs vazen, kleden, kaarsen, rekjes, lampen, die zij ook allemaal wil kopen, wil proberen in huis, en wat niet bevalt terugbrengen. Maar nu even niet. De komende jaren niet. Eerst de taken vervullen van hoog opgeleide gescheiden werkende moeder.
Vandaag moeten er een paar dingen afgerond worden voordat het oudejaarsavond en dus nieuwjaar mag worden. Het lijstje afwerken met spullen voor haar kinderen. Beloofd is al enige tijd beloofd. Dan een paar mails versturen, waarin ze korte, vriendelijke metten gaat maken met kwesties onder haar verantwoordelijkheid die onopgelost zijn, waarmee ze ’s nachts wakker wordt en die ze niet mee wil slepen het nieuwe jaar in. Schoon schip geeft rust. Even doorzetten nu.
Ze graait in de bak met kussens, want dit staat op haar lijstje. Nooit zonder lijstje naar Ikea. Door schade en schande. Terwijl ze het blauwe kussen in de grote tas aan haar schouder erbij propt, denkt ze: ‘Stop de tijd!’ Dit kussen had ze haar dochter beloofd bij die bureaustoel die ze in augustus al samen gekocht hebben en voor je het weet is het 31 december.
Waar nu heen? ‘Stop de tijd!’ Was dat niet iets van een of ander tv-programma? Ze moet ergens bij een balie die bedbank bestellen. De kinderen willen volgende week logeerpartijen organiseren en alle pubers schijnen tegenwoordig van die bedbanken op hun slaapkamers te hebben, alleen de hare nog niet. Dat ding moet ze vervolgens ergens bij een afhaalcentrum ophalen –als het maar in de auto past- nog voor het eten in elkaar zetten en tijd overhouden voor die mails.
Hoe komt ze nu weer voor de tweede keer op de keukenafdeling terecht? Zit die naast de bedbanken? ‘Stop de tijd!’ dat was in een of andere quiz. Dan hoorde je zo’n klok keihard tikken terwijl iemand in dikke encyclopedieën iets opzocht en opeens riep: ‘Stop de tijd’! Het getik stopte dan meteen.
De tassenhengsels snijden in haar vlees, onder haar jas plakt haar shirt aan haar rug. Waarom moet je eigenlijk altijd die hele Ikea door met een jas aan? Voor de balie op de bedbankenafdeling staat een geduldige rij. Daar gaat ze niet in staan. Voor de kassa’s bij de uitgang is nog een bestelbalie, dat weet ze bijna zeker. Bordjes ‘uitgang’ weer volgen.
‘Stop de tijd!’ Het blijft in haar gedachten naar boven ploppen. Als ze maar één uurtje overhoudt om af te ronden, die kwesties, dan komt alles goed. 31 december zijn mensen te porren tot sentimentele mildheid, als je er 6 januari mee komt, zeggen ze: ‘Zeur niet!’ Die afdelingsleider waar ze ‘sorry’ tegen moet zeggen wegens haar te boze reactie op zijn overdreven kritiek. Het geld wat ze nooit gekregen heeft van die klant door onenigheid over het contract, waar een compromis in mogelijk is. Die dingen. Excuses maken, voorstellen doen, oplossen en opgelucht ademhalen. Vandaag kan je kwesties bijleggen en lukt dat niet, dan moet je ze begraven en nooit meer op terugkomen. Kan ze dat, begraven?
Wanneer komt ze nou eindelijk bij die grote hal, met stellingen vol artikelen in bruin karton, een bestelbalie en kassa’s? Stop de tijd! Die bedbank gaat haar meer tijd kosten dan ze dacht, maar kinderen gelukkig zien gaat boven alles. Als ze die bank beneden niet kan bestellen, moet ze terug naar de bedbankenafdeling. Dat kost zeker een half uur extra.
Restaurant... Moet je daar tegenwoordig doorheen om bij de uitgang te komen? Het wordt steeds erger met die commercie. Moet ze in deze rij staan? Waarom heeft ze een dienblad nodig? Inderdaad, het was een tv programma: ‘Per Seconde Wijzer’ heette dat. Het schiet haar opeens te binnen. Het was ontzettend saai. Alles kost altijd meer tijd dan zij denkt. Verloren tijd wil ze weer inhalen en zo blijft ze hollen. Zo word je nooit per seconde wijzer. Als je ouder wordt, zal er dan berusting over je neerdalen, of wordt het juist erger omdat de definitieve deadline nadert? Stop de tijd! Wie heeft zalmsalade op haar dienblad gezet?
Het is tien over half vijf op de enorme klok in dit onafzienbare restaurant. Zo laat al? Wat een reusachtig ding: hij beslaat de hele wand. Je hoort de klok boven al het geroezemoes uit tikken.
Hoe komen dat witte broodje en die cola op haar dienblad erbij? Die rij schiet niet op. Met heel veel geluk heeft ze voor het avondeten nog de bedbank in elkaar. Moet er niets meer tussenkomen; geen rij voor de balie bij de uitgang. Ze moet eerst de mails doen en na het eten de bedbank. Mensen kijken op oudejaarsavond niet meer in hun mail. Eigenlijk moet het voor vijven de computer uit. Voor zessen dan. Zal er nog tijd overblijven om spelletjes te doen met de kinderen? Dat moet ook. Geen tv.
Het gaat niet lukken. Ze zal niet meer recht krijgen wat krom was. Stop de tijd! Ze drinkt nooit cola. Heeft ze zin in cola? Rustig gaan zitten, neerdalen op oudejaarsdag in Ikea tussen al die mensen, een zalmsalade eten met een vers wit broodje en een cola, die haar zal oppeppen. Genieten van niks, opgaan in alles.
‘Stop de tijd!’, mompelt ze terwijl ze ongedurig dat stomme dienblad vooruit schuift. Onverbiddelijk tikt die enorme klok het nieuwe jaar telkens een seconde dichterbij. Zij kan niet begraven. Haarzelf kennende gaan de mails 3 januari alsnog de deur uit, daarmee zet ze kwaad bloed en begint er een nieuw jaar van strijd.
‘Stop de tijd!’, gilt ze opeens. Ze weet het: dit is zo’n moment waarop ze haar zelfbeheersing verliest. Ze laat het gaan. ‘Stop de tijd!’, gilt ze nog een keer, harder. Mensen kijken haar besmuikt aan. Ze weet dat dit gedrag niet past, dat ‘men’ dit niet doet, maar niet toegeven aan deze reusachtige innerlijke energie is een ergere vorm van lijden. Om decorum heeft ze nooit gegeven; ze mogen denken wat ze willen. Het dienblad, waar ook nog door iemand een chocoladetoetje op is gezet, smijt ze op de grond. Alles klettert uit elkaar. Zalmsalade, een wit broodje chocoladepudding, doordrenkt met cola.
Ze rent op de enorme klok af, schudt de tas van zich af, laat haar jas van zich afglijden: een spoor van wanorde achterlatend op de grond. Iedereen is gestopt met wat men aan het doen was. Ze is zich bewust van de volle aandacht van het publiek. Het is die reusachtige klok en zij, in dat eindeloos grote warenhuis.
Ze stort zich op de grote wijzer, die inmiddels op kwart voor vijf staat. De secondewijzer tikt naar boven, nog dertien tikken en dan moet de grote wijzer weer een streepje verspringen. Ze zet zich schrap, houdt met al haar kracht de wijzer op zijn plaats. Niet verspringen, dat ding mag niet verder. Nog vier seconden. ‘Stop de tijd, stop de tijd, stop de tijd!’ hijgt ze hardop.
De secondewijzer springt op twaalf. Ze voelt spanning in de grote wijzer, het ding wil verspringen naar streepje 46, maar door haar kracht die tegenwicht biedt, blijft hij staan. De secondewijzer wacht even en trekt verder.
Ze kan ontspannen. Het is doodstil geworden om haar heen. Niemand eet, niemand praat, iedereen staart haar aan en de klok tikt. Nadat de secondewijzer de helft van de klok is gepasseerd, neemt de spanning in het restaurant voelbaar toe. Opnieuw pakt ze de grote wijzer en zet zich schrap.
Een man begint ritmisch te klappen met zijn handen op tafel. Een paar mensen nemen het over en doen mee. ‘Stop de tijd!’, roept ze over haar schouder. ‘Stopt de tijd, stop de tijd, stop de tijd, stop de tijd, scanderen al gauw meer mensen in het Ikea- restaurant op het ritmische geroffel van handen op tafels. Opnieuw passeert de secondewijzer de twaalf en weer voelt ze de spanning uit de grote wijzer wegvloeien. Twee minuten gewonnen. Als één man rijst iedereen overeind, juichend, alsof er een doelpunt is gevallen voor het Nederlands elftal. Kinderen springen op en neer. Mannen slaan elkaar op de schouder. Een vrouw veegt een traan weg. Het blijft kwart voor vijf.
Maar nu? Ze kan hier niet eeuwig hier blijven staan. Haar tas eraan hangen, die is ook zwaar, maar dan is ze haar spullen kwijt. In ieder geval iemand anders vragen het over te nemen, want zij moet die bedbank gaan regelen.
‘Kan iemand het overnemen?’ roept ze. De mensen kijken elkaar aan, maar niemand maakt aanstalten. Wel scanderen en roffelen ze massaal vanaf het moment dat de secondewijzer onderaan staat en weer naar boven kruipt. Er is gestamp van voeten bij gekomen. Ergens begint een groepje met een zangerig: ‘Yes, yes, yes, we can! Yes, yes, yes, we can!’ Ze hangt opnieuw met haar volle gewicht aan de grote wijzer, die voor de derde keer blijft staan. Drie minuten gewonnen. Het publiek deint in euforische vreugde op en neer. Ze kijkt op haar horloge. Ook daar is de tijd op kwart voor blijven staan. Magnetische krachten van deze enorme klok misschien?
‘Pak een stoel’, commandeert ze de man die het dichtst bij haar staat. Hij geeft haar zijn stoel. ‘Help me!’ Samen tillen ze hem op en klemmen de poten tussen wijzer en wijzerplaat. Het lukt. De stoel staat als het ware in de klok, geklemd achter de grote wijzer met zijn twee achterpoten. De secondewijzer passeert de twaalf, de wijzer trilt even, maar de klok blijft op kwart voor 5 staan. De rust keert terug onder de mensen. Ze nemen plaats aan de tafels, pakken hun eten en drinken op. Iedereen is in gesprek met iedereen. Het oogt ontspannen en vrolijk.
Ze pakt haar jas en tas van de grond, loopt het restaurant uit, waar ze tot haar grote opluchting weer bordjes ‘uitgang’ tegenkomt. Haar horloge blijft ook buiten het restaurant op kwart voor vijf staan. Er daalt een enorme rust over haar neer. Kalm loopt ze naar de uitgang, bij de balie bestelt ze de bedbank. Nog alle tijd voor die mails. Alles komt goed nu...
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Arnhem aan Zee ondersteunen?
0 Reacties