Zoeken

Nieuwsbrief

Abonneer u hier



Vrienden

Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner

ArtEZ, eindexamenexpositie

ArtEZ, eindexamenexpositie

De eindexamen-exposities beeldende kunst zijn altijd spannende gebeurtenissen. Want een groot aantal jonge kunstenaars laat zien wat zij in hun mars hebben. Dit jaar viel mij aandacht voor 'waardeloos' materiaal en voor 'ouderwets' degelijk vakmanschap op, in combinatie met het neerzetten van interessant ogende 'beelden'. Een aantal kunstenaars staat duidelijk 'met beide benen -kritisch- in de maatschappij. Dat zag ik bijv. bij het werk van Paul Buijs die een veelkleurig, fel beeld geeft van 'de' homo-wereld in Amsterdam geeft. Hoewel zijn werk duidelijk poëtische afspecten heeft, roept zijn naaktfotografie nogal hevige reacties op.

Installaties (Vrije kunst, Oude Kraan)

De MonsterBike van Wouter van den Bosch trok sterk de aandacht van het publiek: een uitvergroting van de 19e eeuwse fiets (zo'n hoge, met ongelijke wielen), maar dan nog veel groter. Het is een zware, degelijke metalen constructie met een tractor-band rondom het reusachtige voorwiel. Het voorlicht heeft de afmeting van een flinke pan. "Je kunt erop fietsen, en het het licht doet het", verzekerde de kunstenaar me, en hij vertelde dat hij met dit kunstwerk commentaar levert op al die steeds groter wordende, megalomane voertuigen. Naast ons spreekt een paar 'eeuwig' marcherende, mechanisch voortbewogen soldaten-schoenen voor zich...

Intussen horen we de Blue Ripple van Andy ten Broeke tinkelen. Het is een metalen, rad-achtig object, waaraan de blauwe kleppen opvallen, die in vijf - evenwijdige - cirkels aan het metalen skelet bevestigd zijn. Alle onderdelen kunnen bewegen. Het parelende geluid dat ze voortbrengen is een hommage aan het War Requiem van Benjamin Britten. De kunstenaar vertelde dat hij oorspronkelijk, geïnspireerd door Rembrandt, sterk realistische schilderijen maakte. En dat er flink wat filosofische gedachten achter zijn objecten schuilgaan: over de vijf elementen bijvoorbeeld (water, lucht, aarde, vuur en vooral... leegte).

"Vuurwerk" van Minno Baartmans, was te vinden in een onpersoonlijke ruimte waarin brand gewoed leek te hebben. Alle objecten, zoals de kast, een tafel met stoelen en zelfs het wasgoed aan de lijn, waren zwartgeblakerd. In de hoek stond een gesmolten typemachine. De kunstenaar vertelde dat hij deze spullen gered had uit een uitgebrande boerderij. Verder creëerde hij o.a. van oude kastdeuren een podium- annex expositieruimte waarin op dat moment werk van de Iraanse kunstenares Wehregan Kazemi te zien was.

Het Rietveldgebouw

Iedereen die vanuit het Rietveldgebouw binnendoor naar de afdeling muziek liep, passeerde verrast het halletje van Annemieke Olthuijs. Zij had de ramen met laagjes bruin pakpapier gedeeltelijk ondoorzichtig gemaakt. Het licht viel, door (in grillige patronen) geponste gaatjes gedempt naar binnen. Op de grond stonden honden van karton. Hun lichamen gingen in menselijke vormen. Kartonnen 'koppen' op de vloer en op de muur deden aan Afrikaanse maskers denken. De patronen op de 2-dimensionale lichamen die op de wanden waren getekend, riepen associaties op met wajangpoppen. Twee projectoren zorgden ervoor dat hun lichamen aangevuld werden met schaduwbeelden. Over de blauwe vloer, langs de wanden en op het plafond waren met rode, witte en zwarte tape patronen aangebracht die alle objecten in de ruimte (tot en met de brievenbus) met elkaar verbonden.

Grafiek

Bij grafiek zorgde de installatie van Ruben Doornweerd voor de nodige reacties. Hij had een uitstalling van zijn bezittingen gemaakt. Daarbij viel de ordening op: van hoog naar laag. Achteraan stonden hoge dingen, zoals stoelen, en een drumtoestel. Daarvoor zagen we keurige stapeltjes kleding, schoenen, boeken, cd's, en andere gebruiksvoorwerpen zoals schilder- en tekenmaterialen en keukengerei. Terwijl vooraan kleine verzamelingen elastiekjes, treinkaartjes, penselen, pennen en bestek de aandacht van de kijker trokken. Deze 'ordening' riep vragen op, niet alleen over het persoonlijke leven van de kunstenaar, maar ook over ordeningsprincipes achter het werk, over de 'compleetheid' van de verzamelingetjes, en over - al dan niet bewust aangebrachte – kleuraccenten. Bovendien was het geheel nogal compact. Daardoor was het onmogelijk om tussen de dingen door te lopen, om bijvoorbeeld de meloen te vervangen als zou gaan rotten. Doornweerd vertelde dat hij, als graficus, ordeningsprincipes die grafische vormgevers moeten aanbrengen op een driedimensionale manier zichtbaar wilde maken. Het werk was niet alleen boeiend om naar te kijken, en het riep bij het publiek een heleboel vragen op. Alleen daarom al mag het, wat mij betreft, net als de andere werken die ik besproken heb, gerust KUNST genoemd worden.

0 Reacties

Plaats een reactie


    • >:o
    • :-[
    • :'(
    • :-(
    • :-D
    • :-*
    • :-)
    • :P
    • :\
    • 8-)
    • ;-)