De Constructie Van De Wereld 112.

ALBERT&SONSBEEK 12

Het Hertenkamp

Van november 2016 tot november 2017 was het beroemde park Sonsbeek in Arnhem mijn inspiratiebron en werkterrein. Op zoek naar het profiel en de geheimen van het park als openbare ruimte en publieke domein. In Sonsbeek is nabij de hoofdingang aan de Apeldoornseweg het hertenkamp. De hotspot voor ouders met kinderen en senioren met een flinke dosis melancholie. En de ‘natuurlijke’ habitat van een groep herten. Om deze componenten te ervaren wilde ik tussen de herten in het hertenkamp zijn.

Een paar dagen voor Dierendag liet ik me vrijwillig opsluiten in het hertenkamp. Voorafgaand mijn gevangenschap had ik allerlei wilde plannen richting publiciteit en publieksbereik. Met telefonische interviews en skype-verbindingen vanuit het park. Ga eerst maar eens een dag en avond tussen de herten en zie wat er gebeurt, adviseerde me iemand me. Dat klonk me niet als spectaculair maar wel als verstandig in mijn oren.

Zo gezegd, zo gedaan

Jeroen Glissenaar, de man die ik in mijn vorige column interviewde, gaf me toegang tot het kamp. Hij bracht me naar het witte huis in het kamp waarin ik me mijn tas met proviand en film- en fotocamera neer kon zetten. ‘De herten zijn banger voor jou dan jij voor hen hoeft te zijn’, zei hij en liet me achter.

Tussen de herten

Ik ging op een steen zitten en keek over het grasveld van het kamp naar de stad. Het viel me op dat de geluiden uit de stad hard het kamp binnenstroomden. De stad was een akoestisch onderdeel van het park. Voorzichtig ging ik op zoek naar de herten. Ik vond ze tussen de bomen, in groepsverband. Ze hadden me allang in de gaten en waren zeer onrustig. Bij iedere stap die ik zette bewogen ze gespannen en liepen in colonne van me vandaan. Ik liet ze met rust en verkende de buitenkant van het kamp door langs de binnenkant van het hek te lopen. Het was een vreemde gewaarwording dat de mensen die ik aan de andere kant van het hek zag het normaal vonden dat ik in het kamp was. Ze gingen door waar ze mee bezig waren. Even dacht ik dat ze me voor een hert aanzagen.

Ik trok me terug bij het witte hertenhuis en maakte een plan om de herten te benaderen en hen te fotograferen en te filmen. Hoewel ik vervolgens zeer omzichtig te werk ging, bleven de herten de indruk wekken dat ik hen bedreigde. De uren verstreken en de schemering viel in. Ik strooide wat voer, dat ik had gevonden in het witte huis, in het gras en zette op enige afstand een stoel neer en ging er gewapend met mijn camera’s op zitten. Heel behoedzaam kwamen de herten mijn kant op. Ze vonden het voer en afwisselend keken ze naar mij en aten van het voer.

Het was een indringende en in zekere zin magische ervaring om de herten van zo dicht bij mee te maken. Uit dankbaarheid zei ik op fluisterende toon tegen hen: ‘Dank dat ik bij jullie mag zijn. Jullie leven in het paradijs. Een mooi huis om in te schuilen tegen de regen, extreme hitte of bittere kou, lekker eten en stromend water. Aandacht van kinderen en volwassenen die hun oude brood aan jullie voeren. Geen natuurlijke vijanden, jagers zijn hier immers taboe. Jullie hoeven alleen maar jezelf te zijn, meer wordt er niet verwacht.’ Ik wachtte tot het helemaal donker was en besloot het park te verlaten en zocht naar de deur waardoor ik het hertenkamp binnen was gekomen.

Daad en droom

De deur in het hek vond ik niet. Ik liep langs het hek en als ik mensen aan de andere kant van het hek zag, probeerde ik hun aandacht te trekken. Ze liepen door en reageerden niet. Een paar honden blaften agressief naar me. Zonder dat ik er erg in had, stond ik ineens tussen de groep herten die ik eerder op de dag van een afstand had gezien. Uit mijn mond kwamen geluiden waarop de herten reageerden en soms gaven ze me met hun achterlijf een stevige duw. Impulsief besloot ik te blijven. Mijn leven als mens achter me te laten en bewoner te worden van dit paradijs.

Uren later werd ik in mijn bed met een warm, veilig en behaaglijk gevoel wakker. Ik rende naar mijn atelier en zocht op mijn camera’s naar de beelden die ik gemaakt had. Ja… ze gaven me het bewijs. Ik was in het hertenkamp geweest en had oog in oog gestaan met de herten. De rest had ik gedroomd blijkbaar.

Tot zover.

Auteur: Albert Van Der Weide

Albert Van Der Weide is kunstenaar en woont en werkt in Arnhem. Hij exposeert en voert projecten uit in binnen- en buitenland. Tevens is hij werkzaam als bestuurder in het openbaar bestuur. Albert schrijft sinds 2009 columns voor Arnhem aan Zee. (+31 64 15 74 352, http://www.albertvanderweide.eu)

Eén gedachte over “De Constructie Van De Wereld 112.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *